Tijdens de eerste coronaperiode waren sportaccommodaties gesloten en kwamen veel verenigingen financieel in de knel. De Vereniging Sport en Gemeenten vroeg gemeenten om geduld terwijl een landelijke steunregeling werd voorbereid.
Veel gemeenten stelden zich coulant op door huurbetalingen op te schorten of uit te stellen. De Sportraad Amsterdam sprak met ruim honderd verenigingen die zich zorgen maakten over hun voortbestaan. NOC*NSF schatte de schade voor de sport op minstens 290 miljoen euro wanneer activiteiten tot augustus stil zouden liggen.