Advies 1/3 Regeling
Actualiseer de subsidieregeling voor buitensportaccommodaties, want de 1/3-regeling is onmisbaar voor circa 160 verenigingen die anders noodzakelijke investeringen niet rond krijgen.
In het kort
- Bestem een deel van het budget als 2/3-regeling voor verenigingen met beperkte faciliteiten.
- Voer een ondersteuningspakket met stap-voor-stap begeleiding in.
- Maak meer budget vrij in de gemeentelijke begroting.
Op verzoek van de wethouder Sport en Bewegen adviseert de Sportraad om de subsidieregeling voor sportverenigingsaccommodaties (de 1/3-regeling) te actualiseren, rekening houdend met marktveranderingen en de toenemende druk op sportvoorzieningen door verdichting.
Het belang
De regeling is cruciaal voor circa 160 buitensportverenigingen die zonder subsidie noodzakelijke investeringen niet kunnen doen. Goed onderhouden faciliteiten versterken de verenigingsstructuur en het lidmaatschap.
De aanbevelingen
De Raad adviseert een deel van het budget te bestemmen als 2/3-regeling voor verenigingen met beperkte faciliteiten, een ondersteuningspakket met begeleiding in te voeren en meer budget vrij te maken in de begroting.
Het volledige advies
Advies Actualisatie Subsidieregeling Verenigingsaccommodaties Buitensport
Gemeente Amsterdam, T.a.v. de wethouder Sport & Bewegen dhr. Mbarki
Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Amsterdam, 1 maart 2025
Kopie: Leden van de raadscommissie SED
Geachte wethouder Mbarki,
Op 20 december 2024 heeft u de Sportraad Amsterdam gevraagd een advies uit te brengen over de subsidieregeling Verenigingsaccommodaties Buitensport, beter bekend als de ‘één derde regeling’ (hierna: 1/3 regeling). Deze regeling ondersteunt verenigingen bij investeringen in de bouw, verbouw en vervanging van clubgebouwen, sportvelden, veldverlichting en/of andere fysieke investeringen op hun sportpark. Er wordt gesproken over de 1/3 regeling omdat maximaal 1/3 deel van de totale investering uit een gemeentelijke subsidie bestaat, met een maximum van €325.000,- per aanvraag. De vereniging dient zelf minimaal 2/3 deel in te brengen, wat kan bestaan uit eigen reserves, leningen of aanvullende (rijks)subsidies. Indien een vereniging een bancaire lening aangaat om haar eigen deel te financieren, kan daarnaast een borgstelling bij de gemeente worden aangevraagd in samenwerking met de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS).
Het college is voornemens de 1/3 regeling in 2025 te actualiseren vanwege de ontwikkelingen in de markt, veranderende behoefte van verenigingen en de ambities uit het coalitieakkoord 2022 – 2026. Deze herziening dient per 1 januari 2026 in te gaan. U heeft de Sportraad Amsterdam verzocht om aanbevelingen mee te geven voor de actualisatie en om specifiek te kijken naar de volgende thema´s:
- Verbeterpunten: welke kansen ziet de Sportraad om de regeling beter aan te laten sluiten bij de behoeften van verenigingen en de doelstellingen van de gemeente?
- Accenten: waar zouden volgens de Sportraad de prioriteiten moeten liggen bij de actualisatie van de 1/3 regeling?
- Spreiding: welke kansen ziet de Sportraad voor een beter evenwicht tussen verschillende aanbieders, sporten en om daar te subsidiëren waar dat het hardste nodig is?
- Randvoorwaarden: welke aanvullende voorwaarden en ondersteuning zouden volgens de Sportraad bijdragen aan een toegankelijker (aanmeldings)proces voor verenigingen?
In de wetenschap dat de 1/3 regeling van essentieel belang is voor het Amsterdamse verenigingsleven, hebben wij als Sportraad dit adviesverzoek in behandeling genomen. De komende decennia zet de gemeente namelijk in op verdere verdichting van de stad, wat onvermijdelijk leidt tot een toenemende druk op onze bestaande sportvoorzieningen. Binnen deze koers lijkt het inpassen van voldoende extra ruimte voor buitensport een utopie. Des te belangrijker dat we de reeds aanwezige ruimte op sportparken ten volle gaan benutten. Dit vraagt om gerichte investeringen die de bestaande buitensportverenigingen (momenteel circa 160) en hun accommodaties structureel versterken en toekomstbestendig maken.
De 1/3 regeling speelt hierin een cruciale rol. Een groot deel van de Amsterdamse verenigingen heeft niet de middelen om noodzakelijke investeringen in hun accommodaties te kunnen realiseren. Zonder deze gemeentelijke subsidieregeling zouden veel verenigingen investeringen in het clubgebouw, de velden en/of andere infrastructuur moeten uitstellen. Dit belemmert niet alleen de sportbeoefening, maar maakt verenigingen tevens minder aantrekkelijk voor nieuwe leden. Het is voor de toekomst van een vereniging van groot belang dat er consequent wordt geïnvesteerd in de voorzieningen op het sportpark. Degelijk onderhouden en hedendaagse faciliteiten, zoals een modern clubgebouw, bevorderen de betrokkenheid van leden, vrijwilligers en omwonenden, wat bijdraagt aan een sterkere organisatie.
De beschikbare subsidiebudgetten voor buitensportaccommodaties worden echter steeds krapper. Zo wordt er fors bezuinigd op de landelijke regeling ‘Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’ (BOSA) van €113,7 miljoen in 2024 naar €19,9 miljoen in 2029 en valt de provinciale subsidie ‘Verduurzaming sportaccommodaties Noord-Holland’ volledig weg. De subsidieregeling ‘duurzaam maatschappelijk vastgoed’ (DUMAVA) biedt enige ondersteuning, maar deze regeling is beperkt tot verduurzaming en kent andere voorwaarden dan de BOSA. In combinatie met de sterk gestegen bouwkosten in de afgelopen jaren, die grote investeringen voor verenigingen bemoeilijken, is aanvullende gemeentelijke ondersteuning vanuit Amsterdam nog belangrijker geworden.
Alvorens u de conceptversie voor de actualisatie van de 1/3 regeling vaststelt, verzoekt de Sportraad Amsterdam u daarom de volgende aanbevelingen in overweging te nemen.
Aanbeveling 1
De Sportraad Amsterdam adviseert een deel van het budget te bestemmen als 2/3 regeling voor verenigingen met beperkte faciliteiten en financiële middelen, maar met aantoonbaar groeipotentieel.
Het doel van de 1/3 regeling is om met gerichte investeringen de algehele kwaliteit van de Amsterdamse sportverenigingen te waarborgen, duurzaam te versterken en toekomstbestendig te maken. Echter, in de praktijk schiet de regeling haar doel voorbij. Het geld wordt nu niet verdeeld op basis van noodzaak, maar op basis van beschikbare middelen van een vereniging. Zowel financieel als qua netwerk en bestuurlijke organisatiekracht. Nagenoeg alle toegekende aanvragen van de afgelopen jaren zijn van de sterk(st)e verenigingen in de stad. Dat terwijl kleinere verenigingen of grote clubs die niet in staat zijn om aanzienlijke financiële reserves op te bouwen, juist baat zouden hebben bij een investering die de sportaccommodatie naar een hoger niveau tilt. Zij beschikken echter niet over de vereiste expertise of kapitaalkracht om gebruik te maken van de huidige 1/3 regeling.
Het gevolg is dat deze type verenigingen in een vicieuze cirkel belanden: bij gebrek aan een eigentijds clubhuis en een suboptimaal gebruik van de sportvelden kunnen nieuwe leden op een wachtlijst belanden en uiteindelijk afhaken. Op de lange termijn – bij het uitblijven van investeringen – kunnen een verouderd clubgebouw en slechte voorzieningen ervoor zorgen dat leden vertrekken of wegblijven. Een investering in een nieuw clubgebouw, velden of verlichting kan daarentegen juist zorgen voor een nieuwe impuls, waardoor de club letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgt om te groeien.
De Sportraad adviseert het college daarom om op voorhand al een deel van het budget te reserveren voor sportverenigingen die aanzienlijke mogelijkheden hebben om haar ledenaantal te vergroten en sportaanbod te versterken, maar daarbij belemmerd worden door beschikbare tijd of financiële middelen. Om te zorgen dat de regeling toegankelijker wordt voor verenigingen die deze financiële ondersteuning het hardst nodig hebben, adviseren wij een 2/3 regeling, dus een verhoogd subsidiepercentage en een lagere eigen bijdrage (1/3).
Wij adviseren om bij dit gereserveerde deel van de regeling specifieke aandacht te geven aan sporten en stadsdelen die momenteel ondervertegenwoordigd zijn binnen de subsidie, om een eerlijke verdeling van middelen te bevorderen. Om in aanmerking te komen voor deze zogezegde 2/3 regeling dient een vereniging echter wel te voldoen aan een aantal vastgelegde voorwaarden, zoals bijvoorbeeld:
- Verenigingen die aantoonbaar over onvoldoende eigen middelen beschikken om zonder subsidie een investering te realiseren of aanspraak te maken op het 1/3 deel.
- Verenigingen die een groeistrategie kunnen voorleggen waarin is opgenomen hoe de investering bijdraagt aan de groei van het aantal leden.
- Verenigingen waar de huidige faciliteiten onvoldoende voorzien in de vraag, bijvoorbeeld door een wachtlijst voor nieuwe leden of structureel ruimtegebrek.
- Verenigingen die laten zien dat de investering bijdraagt aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, zoals energiebesparing, circulair bouwen of het vergroenen van sportparken.
De Sportraad adviseert het college om dit deel van de regeling actief te promoten bij verenigingen die hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen. Tegelijkertijd zouden wij wel een deadline hanteren voor een 2/3 regeling. Wanneer het budget niet volledig benut wordt door de verenigingen met het groeipotentieel, kan het (resterende) bedrag na een bepaalde datum weer worden vrijgegeven voor de algemene pot.
Concluderend is de Sportraad ervan overtuigd dat de invoering van een 2/3 regeling niet alleen een efficiëntere toewijzing van de financiële middelen mogelijk maakt, maar ook zorgt voor een beter evenwicht tussen verschillende stadsdelen en sporten. Immers, de focus komt te liggen op de verenigingen met de meest urgente investeringsbehoefte plus de grootste groeipotentie. Deze aanpassing stelt de gemeente in staat subsidies te richten waar de behoefte – en de impact – het grootst is en sluit naadloos aan bij de ambitie van het college van Amsterdam om ongelijk te investeren voor gelijke kansen.
Aanbeveling 2
Voorzie binnen de 2/3 regeling in een ondersteuningspakket met stap-voor-stap begeleiding voor sportverenigingen.
Het verhaal is bekend. Bestuurders en vrijwilligers zetten zich wekelijks belangeloos in voor hun geliefde sportclub, maar komen structureel tijd en handen tekort. Met de jaren is het besturen van een vereniging ook steeds complexer geworden. Dit maakt het niet verwonderlijk dat veel verenigingsbesturen geen tijd vinden voor subsidieaanvragen of verdwalen in complexe regelingen, zeker bij een eerste aanvraag die veelal als ingewikkeld of veelomvattend wordt ervaren.
De Sportraad adviseert daarom dat de gemeente bij de uitvoering van de 2/3 regeling verder moet gaan dan alleen het toekennen van de subsidies. Er moet een uitgebreid ondersteuningspakket worden opgezet dat technische en juridische begeleiding biedt voor bouwprojecten enerzijds en anderzijds verenigingen bijstaat in het uitvoeren van hun strategisch groeiplan. Denk hierbij aan advisering op het gebied van ledenwerving, versterken van het bestuur en/of duurzame exploitatie. Dit om ervoor te zorgen dat de investering in de club goed terechtkomt en uiteindelijk leidt tot het wegwerken van wachtlijsten en meer sportbeoefening op het sportpark.
Voor de uitvoering van deze aanbeveling ziet de Sportraad kansen om de samenwerking aan te gaan met de sportbonden. Uit gesprekken met verenigingsbestuurders kwam naar voren dat sportbonden een belangrijke rol kunnen spelen in de ondersteuning van verenigingen. Een goed praktijkvoorbeeld is de KNLTB, die verenigingen actief ondersteunt door een procesbegeleider met uitgebreide kennis en ervaring beschikbaar te stellen voor het succesvol doorlopen van deze bouw- en subsidietrajecten, zoals recentelijk is gedaan bij tennisverenigingen ATC Sloterplas en TPC Gaasperpark. De Sportraad stelt voor dat de gemeente een oproep doet aan de sportbonden – die dit momenteel nog niet doen – om soortgelijke verenigingsondersteuning te bieden bij de 1/3 en 2/3 regeling. Dit komt niet alleen ten goede aan de betrokken verenigingen, maar versterkt ook de positie van sportbonden, die profiteren van sterke en groeiende clubs binnen hun netwerk.
Aanbeveling 3
Maak meer budget vrij in de gemeentelijke begroting voor de 1/3 regeling.
In een vergelijking met andere gemeenten blijkt dat Amsterdam relatief gezien een lager subsidiebedrag ter beschikking stelt dan andere (grote) steden. Zo is er in Rotterdam jaarlijks €1 miljoen verkrijgbaar voor sportverenigingen die wensen te investeren in hun sportaccommodatie, terwijl Den Haag met een budget van €2,3 miljoen een subsidieplafond hanteert van €600.000 per vereniging voor een periode van vier jaar. Of €850.000 in het geval van samenwerkende sportverenigingen. Breda, met slechts 30 buitensportverenigingen, spant de kroon door €1,5 miljoen beschikbaar te stellen en maakte in 2024 nog eens €1 miljoen extra voor verduurzamingsprojecten. In vergelijking hiermee is het huidige budget in Amsterdam van €750.000 (met een subsidieplafond van €325.000 per aanvrager) voor circa 160 buitensportverenigingen aanzienlijk lager. Met de gevolgen van de alsmaar stijgende bouwkosten inachtneming - de kosten voor het bouwen of renoveren van nieuwe accommodaties liggen tussen de €500.000 en €3 miljoen – stelt het verenigingen voor een grote financiële uitdaging. En trekken wij het nut en de effectiviteit van de huidige regeling, met deze uitgavenplafonds, in twijfel.
Dit kan echter opgevangen worden door het implementeren van de eerdere aanbeveling; door 2/3 te subsidiëren voor een beperkt aantal verenigingen per jaar met de meeste en grootste groeikansen. Om zowel aan te sluiten bij de huidige financiële realiteit van sportverenigingen als een dergelijke 2/3 regeling in te voeren lijkt een hoger budget onvermijdelijk. Daarom adviseert de Sportraad Amsterdam om net als andere grote gemeenten het subsidieplafond en subsidiebudget voor de 1/3 regeling structureel te verhogen en extra middelen te reserveren voor verduurzamingsmaatregelen. Door structureel te investeren in deze subsidie kan de gemeente, onzes inziens, niet alleen een evenwichtiger sportlandschap creëren maar ook bijdragen aan het realiseren van de sportparken van de toekomst. Met de bijbehorende voorzieningen. Een andere belangrijke ambitie van het college.
Met bovenstaande aanbevelingen hopen wij een waardevolle impuls te geven aan deze belangrijke regeling voor Amsterdam en aan de toekomst van onze buitensportverenigingen. De Sportraad staat te allen tijde klaar om u, indien nodig, verdere toelichting te geven.
We zien uit naar de reactie van het college.
Met vriendelijke groet,
Brian Benjamin
Voorzitter
Sportraad Amsterdam
Dit is de integrale tekst van het advies, overgenomen uit de PDF. Alleen de opmaak is aangepast voor het lezen op het scherm.