Jeugd & buitenspelenSport & gezondheid

Aanvullende reactie Sport & Bewegen op het VO

Aanvullende reactie Sport & Bewegen op het VO

Het is vijf voor twaalf: slechts 30% van de Amsterdamse jongeren haalt de beweegnorm, en de Sportraad dringt aan op meer bestuurlijke daadkracht, financiering en samenwerking met het voortgezet onderwijs.

In het kort

  • De collegeambities zijn twijfelachtig haalbaar zonder extra financiële middelen.
  • Er is onvoldoende duidelijkheid over de meerjarige samenwerking met het VO en de rol van het college.
  • Een beweegcampagne moet Amsterdammers bewust maken van de gevolgen van inactiviteit.

In een aanvullende reactie op de bestuurlijke respons dringt de Sportraad aan op meer daadkracht. Slechts 30% van de Amsterdamse jongeren voldoet aan de beweegnorm, en dat percentage daalt jaarlijks. Het is volgens de Raad “vijf voor twaalf”.

De aandachtspunten

De Raad betwijfelt of de ambities van het college haalbaar zijn zonder extra geld, mist duidelijkheid over de opzet van de meerjarige samenwerking met het voortgezet onderwijs en bepleit een brede beweegcampagne. Het onderwijs is daarbij cruciaal, omdat het de enige plek is waar alle jongeren worden bereikt.

Het volledige advies

4 min leestijd 3 pagina's

Aanvullende reactie Sport en Bewegen op het VO

Gemeenteraad van Amsterdam, T.a.v. raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering
Postbus 202, 1000 AE Amsterdam

Amsterdam, 3 december 2024

Kopie: Wethouder Sport en Bewegen, Sofyan Mbarki.

Geachte leden van de gemeenteraad,

Afgelopen maand ontvingen wij van de wethouder Sport en Bewegen, namens het college, de bestuurlijke reactie op het advies ‘Sport en Bewegen op het VO’. Op 27 mei jl. vond er reeds een verdiepend gesprek plaats over het advies tussen de Sportraad en de wethouder Sport en Bewegen. Zowel de bestuurlijke reactie als het advies staan nu ter kennisname op de agenda van de komende raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering.

Allereerst willen wij het college bedanken voor de reactie. We zijn verheugd dat een groot deel van onze aanbevelingen wordt overgenomen. Regelmatig en voldoende bewegen tijdens de jeugd is – net als leren lezen en leren rekenen – een essentiële voorwaarde voor een kansrijke toekomst. Bovendien heeft sport en bewegen – naast de fysieke voordelen – een positief effect op de sociale vaardigheden en sociale contacten van jongeren, brengt het ze meer zelfvertrouwen en draagt het bij aan voorwaarden om tot leren te komen, zoals het concentratievermogen. Ook zorgt bewegen direct voor een verlaging van stresshormonen, wat voor zowel kwetsbare kinderen en jongeren als adolescenten noodzakelijk is om goed te kunnen functioneren. Het is dan ook een goed signaal dat het college stappen onderneemt in de gemeenschappelijke opgave om regelmatig bewegen van jongeren tot een prioriteit van het onderwijs te bestempelen.

Desondanks richten wij ons tot u met deze brief om te benadrukken dat het inmiddels ‘vijf voor twaalf’ is en er meer actie en daadkracht nodig is om het tij te keren. De toenemende inactiviteit – Nederland is Europees kampioen stilzitten – maakt dat we met een beweegramp te maken hebben. De uiteenlopende problemen die deze ramp op de lange termijn met zich meebrengt zijn onderhand bekend en werden afgelopen week wederom pijnlijk onderstreept door het rapport van het RIVM ‘Volksgezondheid Toekomst Verkenning’.1 Blijkens dit rapport zal in 2050 bijna twee op de drie Nederlanders kampen met overgewicht. Tegelijkertijd neemt het aantal jongeren dat – op steeds jongere leeftijd – kampt met overgewicht toe. Juist in deze vormende jaren wordt de basis gelegd voor een plezierig en gezond leven. Momenteel voldoet echter slechts 30% van de Amsterdamse jongeren aan de beweegnorm2 en zien we dit percentage jaarlijks dalen. Het zijn schokkende cijfers die vragen om noodzakelijke maatregelen. Het onderwijs kan hierin een belangrijke rol spelen omdat het immers de enige plaats is waar we alle jongeren bereiken en dagelijks laagdrempelig bewegen kunnen aanbieden. Zowel in het primair en voortgezet onderwijs als in het MBO.

Voorts roept de reactie van het college enkele inhoudelijke vragen en opmerkingen op welke van belang zijn om de gestelde ambities en de omarmde aanbevelingen te kunnen realiseren:

  • Het college schrijft in haar reactie dat zij de zorgen over het gebrek aan voldoende dagelijkse beweging van Amsterdamse jongeren deelt en acht het van groot belang om de jongeren binnen de schoolomgeving in beweging te krijgen. Het college spreekt van een ‘investering in het welzijn van leerlingen’. De Sportraad plaatst echter vraagtekens of de ambities van het college haalbaar zijn met de huidige beschikbare financiële middelen en uit de reactie blijkt geenszins dat er extra financiële ruimte wordt vrijgemaakt.
  • Tevens zijn wij content met de inspanningen van het college om de effecten van sport en bewegen te agenderen bij de overkoepelende samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs. Om daadwerkelijk tot een meerjarige samenwerking te komen met het voortgezet onderwijs is er bestuurlijke daadkracht nodig. Uit de reactie blijkt onvoldoende op welke wijze de meerjarige samenwerking zal worden opgezet en welke bestuurlijke rol het college daarin zal gaan spelen.
  • Tot slot missen wij in de reactie een eerder besproken beweegcampagne om Amsterdammers – in het bijzonder jongeren, hun ouders en docenten – bewust te maken van de verstrekkende gevolgen van inactiviteit en onvoldoende bewegen. Als Sportraad achten wij deze beweegcampagne nog steeds wenselijk, zeker omdat wij herhaaldelijk constateren dat de lobby omtrent het belang van sport en bewegen voor de volksgezondheid achterwege blijft of te weinig aandacht krijgt.

Wij adviseren de gemeenteraad om verder met de wethouder Sport en Bewegen in gesprek te gaan over de uitgesproken ambities van het college en te toetsen of deze stroken met de financiële middelen die beschikbaar worden gesteld. Daarnaast doen wij ook op u een beroep om het tegengaan van de beweegramp binnen de relevante gemeentelijke domeinen concreet vorm te gaan geven. De Sportraad blijft – zoals reeds geadviseerd in de Reactie ‘Visie sport- en beweegbeleid 2023-2026’ – een fervent voorstander om een aparte beleidsafdeling Bewegen in te richten3, waarin domeinen als zorg, onderwijs en ruimtelijke ontwikkeling krachten en middelen bundelen zodat het beweeggedrag van de Amsterdammers op alle relevante terreinen positief kan worden beïnvloed. Het belang en de noodzaak van een gezonde en veerkrachtige samenleving is onmiskenbaar en dient te worden ondervangen met een afdeling die de regie en bestuurlijke daadkracht heeft om de noodzakelijke maatregelen binnen de gemeente door te voeren. Immers, het loont om nu te investeren om op den duur winst te behalen op onder meer de levensverwachting en kwaliteit van leven voor Amsterdammers.4

Het is nu de tijd om de juiste keuzes en acties te ondernemen naar een gezond en gelukkig Amsterdam. In dit geval investeren in ons kapitaal: onze jongeren, onze toekomst.

Met vriendelijke groet,

Brian Benjamin
Voorzitter
SPORTRAAD AMSTERDAM

Voetnoten

  1. https://nos.nl/artikel/2545855-rivm-in-2050-heeft-64-procent-overgewicht-vooral-toename-bij-jongeren ↩

  2. https://cdn.nocnsf.nl/media/r2ylylx3/noc-nsf-sportdeelname-amsterdam-sdi-maandrapportage-april-2024-v4.pdf ↩

  3. Sportraad-Amsterdam-Reactie-Visie-Sport-en-beweegbeleid-2023-2026.pdf ↩

  4. Onderzoek laat bovendien zien dat investeren in (sport en) bewegen tevens bijdraagt aan een verlaging van de zorgkosten, minder ziekteverzuim, verhoging van de arbeidsproductiviteit, het tegengaan van criminaliteit, minder schooluitval en betere schoolprestaties. ↩

Dit is de integrale tekst van het advies, overgenomen uit de PDF. Alleen de opmaak is aangepast voor het lezen op het scherm.

Praat mee

Heb je een tip of idee voor een advies?

De Sportraad luistert naar de stad. Is je iets opgevallen, of heb je een vraag of tip? Stuur ons gewoon even een bericht.