Reactie Visie Sport- en beweegbeleid 2023-2026
Langs de vier uitdagingen uit de gemeentelijke Visiebrief roept de Sportraad het bestuur op om ingesleten ideeën en gewoonten rond het sportbeleid opnieuw kritisch te bekijken.
In het kort
- Het advies sluit aan bij de vier uitdagingen uit de Visiebrief.
- Traditionele benaderingen in het gemeentelijk sportbeleid worden ter discussie gesteld.
- De volledige aanbevelingen staan in het bijgevoegde document.
De Sportraad reageert op de door het college vastgestelde Visiebrief Sport en beweegbeleid 2023-2026, gepresenteerd op 12 mei 2023. De Raad ordent zijn suggesties langs de vier uitdagingen die in de visie zijn geschetst.
De kern
Met de reactie wil de Sportraad het gemeentebestuur aanzetten om ingesleten ideeën en gewoonten rond het sportbeleid opnieuw kritisch te evalueren, in plaats van vast te houden aan traditionele benaderingen.
Het volledige advies
Reactie Visie sport- en beweegbeleid 2023-2026
Gemeente Amsterdam, T.a.v. Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Amsterdam, 19 juni 2023
Geachte commissieleden,
Met interesse heeft de Sportraad Amsterdam kennisgenomen van de Visie sport- en beweegbeleid 2023-2026. Wij herkennen de geschetste uitdagingen, onderschrijven de visie en steunen de ambities. Tegelijkertijd voorspellen wij dat de voorgestelde accentverschuivingen niet gaan leiden tot substantiële veranderingen. Daarvoor ontbreekt het eenvoudigweg aan voldoende financiële middelen. In meer algemene zin zijn wij van mening dat bewegen en sport een hogere bestuurlijke prioriteit zou moeten hebben. Tegelijkertijd denken wij dat met bestaande middelen meer impact gemaakt kan worden. Hiervoor is echter een aantal radicaal andere keuzes nodig. In deze reactie doen wij verschillende suggesties langs de lijnen van de vier uitdagingen zoals geschetst in de Visie. Wij hopen het gemeentebestuur op deze manier aan te zetten om ingesleten ideeën en gewoontes met betrekking tot het gemeentelijke sport- en beweegbeleid opnieuw tegen het licht te houden. Dat is hoognodig in een steeds inactievere samenleving als de onze.
1. Amsterdam beweegstad
Wethouder Bewegen
Zet op een meer verplichtende manier en vanuit verschillende beleidsterreinen in op brede gezondheid en preventie.1
Een serieuze beweging richting beweging beleg je niet bij een afdeling sport die al jaren onderbezet is. Belang en noodzaak zijn simpelweg te groot. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) adviseerde in 2021 al dat overheden veel meer middelen vrij dienen te maken voor preventie en brede gezondheid om het dreigende zorginfarct te voorkomen. Ook de gemeente Amsterdam zou dit advies naar onze mening ter harte moeten nemen en daarbinnen een prominente plaats voor bewegen moeten inruimen. Om de toenemende inactiviteit en alle schadelijke gevolgen van dien krachtig te bestrijden adviseren wij een aparte beleidsafdeling Bewegen in te richten waarin domeinen als zorg, onderwijs en ruimtelijke ontwikkeling krachten en middelen bundelen zodat het beweeggedrag van Amsterdammers op alle relevante terreinen positief kan worden beïnvloed. Een echte beweging richting beweging begint bovendien met het aanstellen van een wethouder Bewegen.
Beweegvriendelijke tenders
De gemeente heeft de ambitie om woningbouw te stimuleren en doet dit door het uitschrijven van tenders en het faciliteren van transformaties. Om een beweegvriendelijke omgeving te garanderen zouden hier voortaan voorwaarden (bewegen als selectiecriterium) aan gekoppeld kunnen worden, waar indieners aan moeten voldoen om het aanbestedingstraject te winnen. Een alternatief is om een ambitiebonus bewegen op te nemen bij het toekennen van een tender, zoals momenteel ook gebeurt om duurzaamheid te bevorderen.
Statistisch onderzoek
De Sportraad heeft al vaker gewezen op het belang van nauwgezet statistisch onderzoek naar het sportgedrag in onze stad. De halfjaarlijkse Sportdeelname index (SDI) is in dat licht een welkome aanvulling. Toch zien we ook nog een aantal verbeterpunten. Zo zou extra aandacht besteed moeten worden aan onderzoek naar het sportgedrag onder jongeren. De onderzoekspopulatie is nu erg klein, zeker als wordt ingezoomd op verschillende stadsdelen (en dat is nou juist zo belangrijk). Daarnaast blijkt een aantal valkuilen hardnekkig. De SDI presenteert zwemsport weer als populaire sport onder de jeugd, terwijl dit gaat over zwemlessen en bommetjes maken. Ook is het gebruik van een overkoepelende term als Urban Sports misleidend en weinig zeggend. Sporten als hockey, rugby en voetbal worden nu ook niet allemaal onder de term ‘balsporten’ gehangen. Tot slot adviseren wij opnieuw om de (structurele) effecten van gemeentelijke interventies en sportbuurtwerk in kaart te brengen.
Interpretatie
Hoewel we steeds meer data verzamelen over het sportgedrag van Amsterdammers, blijft de waarde afhankelijk van de interpretatie van die data. Dit lijkt met enige regelmaat selectief te gebeuren. De laatste tijd gaat het dan vaak over verenigingssport. Deze zou op z’n retour zijn en niet meer aansluiten bij de veranderende sportbehoeften. De deelnamecijfers ondersteunen dat maar ten dele. Het klopt dat landelijk mensen tussen de 5 en 80 jaar minder in verenigingsverband zijn gaan sporten. In Amsterdam betreft dit overigens slechts een daling van 1 procent sinds 2016 (26% in nov 2016, 25% in nov 2022, zie SDI). Niet meteen alarmerend, zeker met de twee corona sportjaren in het achterhoofd. Een minstens zo belangrijke constatering is dat die daling grotendeels voor rekening komt van de 18-plussers. Voor corona steeg het percentage verenigingssporters onder de Amsterdamse jeugd (5-12) of bleef het min of meer gelijk (13-18). Dit plaatst de discussie over verenigingssport naar mening van de Sportraad in een ander perspectief. Een groot deel van de Amsterdamse jeugd weet de weg naar de vereniging nog steeds uitstekend te vinden. Dat is goed nieuws, maar natuurlijk is er ook ruimte voor verbetering mogelijk en noodzakelijk. De gemeente doet er daarom goed aan prioriteit te geven aan gerichte intensieve en structurele ondersteuning van (een deel van de) verenigingen. Niet omdat we tegen andere vormen van sportaanbod zijn, maar omdat het een bewezen waardevolle infrastructuur is die het verdient om onderhouden te worden.
2. Sterk en vitaal sportaanbod
Herverdeling buurtsportcoaches
In het verlengde van de Kamerbrief over sportstelsel en sportbeleid 2023 waarin de minister pleit voor de herziening van de buurtsportcoach adviseert de Sportraad om in Amsterdam alleen nog maar in te zetten op een tweetal functietypes: de SchoolSportCoach en de Clubkadercoach2. De SchoolSportCoach is een professional die meedenkt over, overtuigt om en helpt bij het organiseren van zo veel mogelijk beweegmomenten voor scholieren binnen alle onderdelen van de school3. De Clubkadercoach helpt verenigingen met het professionaliseren van de organisatie. Wij onderscheiden hierbij twee sub-soorten: de directeur-bestuurder en het hoofd sporttechnische zaken (HJO). De directeur-bestuurder is een verlengstuk van het bestuur en in staat om de dagelijkse operatie aan te sturen (horeca, administratie, facilitaire zaken, vrijwilligersbeleid etc). Dit is een veelzijdige en complexe functie, waarvoor de gemeente bijvoorbeeld medewerkers van het Project Management Bureau (PMB) en/of Bureau Interim Advies (BIA) kan inzetten. Het hoofd sporttechnische zaken bewaakt het veilig sportklimaat op de club door jeugdtrainers op te leiden en aan te sturen. Samen zorgen ze voor een aantrekkelijk en uitdagend aanbod dat (beter) aansluit bij de sportbehoeften van jongeren. Tot slot is het door de aanwezigheid van deze professionals op zowel school als club mogelijk de onderlinge samenwerking te intensiveren waardoor extra winst te behalen is.
Sportbuurtwerk
We blijven investeren in sportbuurtwerk maar beleggen de uitvoering hiervan voortaan bij lokale verenigingen, of andere sportaanbieders. De budgetten die hiervoor bestemd zijn gebruiken we om de professionaliteit van de verenigingen te vergroten. In de eerste plaats natuurlijk om hen in staat te stellen het sportbuurtwerk uit te kunnen voeren. Maar in het verlengde daarvan ook om de organisatie van de verenigingen mee te laten profiteren. Met de budgetten zal immers een (groot) deel van de mensen mee kunnen verhuizen. Door hen zowel in de buurt als op de club in te zetten zal ook de kwaliteit van het sportaanbod van de vereniging zelf toenemen. Bovendien vergroot dit hun herkenbaarheid en zichtbaarheid in de buurt en maakt het de stap van deelname aan sportbuurtwerkactiviteiten naar deelname aan structureel sportaanbod laagdrempeliger. Op deze manier laat de gemeente niet alleen in woord maar ook in gebaar zien dat het serieus werk wil maken van het versterken van de verenigingssport in Amsterdam.
Sport uit de Sociale Basis
De subsidieregeling Sociale Basis die een aantal jaar geleden is ingevoerd, leidt tot gefragmenteerde en willekeurige inzet van gemeenschapsgeld zonder dat de sportinfrastructuur versterkt wordt. Het zijn overwegend de professionele partijen die ervaring hebben met subsidieaanvragen die profiteren. Lokale sportaanbieders hebben doorgaans tijd noch kennis om een beroep te kunnen doen op deze regeling. In combinatie met het incidentele karakter en de bijkomende bureaucratie leidt dit ertoe dat geld nauwelijks bij deze aanbieders terecht komt en al helemaal niet ingezet wordt voor structurele versterking van het sportaanbod. De Sportraad adviseert daarom de sportbudgetten uit de Sociale Basis te halen en gericht in te zetten voor een langere periode, uiteraard in overleg met stadsdelen maar centraal aangestuurd. Hiertoe zou een Amsterdamse variant op het Franse 10x10x10 programma kunnen worden uitgewerkt door bijvoorbeeld tien jaar lang structureel te investeren in 10 sporten, verdeeld over 10 locaties in de stad. Dat is kiezen, dat zet zoden aan de dijk en dat levert aantoonbaar resultaat.
3. Robuuste fysieke sportinfrastructuur
Sportarchitect
Als we sportaccommodaties meer inrichten als plekken waar sporten, bewegen en spelen samenkomen, kan een passend aanbod voor de omringende wijk ontstaan.4
Natuurlijk herkent de Sportraad de waarde van dergelijke combinaties en zijn wij een groot voorstander dit op zoveel mogelijk locaties in de stad te realiseren. Maar dit heeft alleen zin als die sportaccommodaties in of vlakbij die wijken te vinden zijn. Helaas is dat te vaak niet het geval. Ondanks de introductie van de sportnorm kiest de gemeente er in de meeste gevallen nog steeds voor om de sportopgave (ver) buiten de ontwikkelgebieden op te lossen. Goedbedoelde ambities worden hierdoor onhaalbaar. Om dit een halt toe te roepen roept de Sportraad op een gemeentelijke sportarchitect aan te stellen die bouwplannen op een vast moment in het plan- en besluitvormingsproces toetst op de wijze waarop sport en bewegen zijn ingepast. Zonder zijn/haar vinkje kan het uiteindelijke investeringsbesluit niet genomen worden.
Sportieve broedplaatsen
De huurprijzen voor (commercieel) vastgoed nemen in Amsterdam al langere tijd flink toe. Dit raakt uiteraard ook de kleinere sportaanbieders (boks-, dans- en kleinere sportscholen, urban sportlocaties etc.) die niet een standaard sportaccommodatie huren. Zij kunnen de huur niet meer opbrengen en verdwijnen uit de wijken naar de randen van de stad of daarbuiten (veelal onaantrekkelijke industrieterreinen met onveilige aanrijroutes). Sport wordt hierdoor opnieuw minder bereikbaar. Om dit tegen te gaan en deze kleine sportondernemers te behouden voor de stad zouden culturele broedplaatsen verbreed moeten worden met sportieve initiatieven. Daarnaast zou het reserveren van bruto vloeroppervlakte voor sport tegen maatschappelijke huurtarieven in nieuwe ontwikkelgebieden een aanvullende oplossing kunnen zijn.
4. Toegankelijk en betaalbaar voor iedereen
Investeer in jeugd en volwassenen
Uiteraard is de Sportraad blij met de aankondiging van de gemeente Amsterdam om de inkomensgrens te verhogen bij bestaande regelingen voor jongeren, zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur en de Stadspas. In ons recente advies over de Voorjaarsnota 2023 pleiten wij er bovendien voor de maximale vergoeding van deze regelingen mee te laten stijgen met de kosten voor sportdeelname. Zo kan enerzijds worden voorkomen dat een jonge, kwetsbare groep sporters afhaakt, omdat hun ouders een te hoge eigen bijdrage moeten gaan betalen. Anderzijds helpt het sportaanbieders een deel van de fors toegenomen kosten te dekken.
Het belang van sport en bewegen stopt echter niet vanaf het achttiende levensjaar. Met de pilot seniorenfonds onderschrijft de gemeente dat. Voortzetting hiervan ligt voor de hand. Naar mening van de Sportraad zou Amsterdam echter nog een stap verder moeten gaan door zich aan te sluiten bij het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Investeren in een gezonde en vitale bevolking betaalt zich namelijk op tal van gebieden altijd terug.
De Sportraad Amsterdam hoopt u met deze suggesties een aantal handvatten te hebben aangereikt die substantiële veranderingen mogelijk maken. Natuurlijk zijn wij altijd bereid na te denken over de verdere uitwerking van deze suggesties.
Met vriendelijke groet,
drs. A.G.M. Telleman
Voorzitter
SPORTRAAD AMSTERDAM
Voetnoten
-
“Kiezen voor houdbare zorg”, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) ↩
-
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-ebec34becfefe43442cf3fe83378bf4ae17b484e/pdf ↩
-
De Sportraad Amsterdam publiceert binnenkort een separaat advies over Bewegen en Sport in het Voortgezet Onderwijs met daarin onder andere aandacht voor de Schoolsportcoach. ↩
-
Uit de raadsinformatiebrief Visie op sport- en beweegbeleid 2023-2026, pagina ↩
Dit is de integrale tekst van het advies, overgenomen uit de PDF. Alleen de opmaak is aangepast voor het lezen op het scherm.