Jeugd & buitenspelenInclusie & toegankelijkheid

Stop de handel in voetbaldromen

Stop de handel in voetbaldromen

De wildgroei aan commerciële voetbalscholen zet jonge spelers en het amateurvoetbal onder druk; alleen een gezamenlijke aanpak van clubs, bond, profclubs en gemeente haalt de gekte uit het jeugdvoetbal.

In het kort

  • Amsterdam telt minstens tachtig voetbalscholen met weinig waarborgen tegen misstanden.
  • Er is sprake van ongezonde prestatiedruk en risicovolle afhankelijkheidsrelaties tussen trainers en jongeren.
  • Onderzoek van de Universiteit Utrecht, samen met gemeente en KNVB, bevestigt de problematiek.
  • Clubs, bond, profclubs en gemeente moeten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.

De Sportraad waarschuwt voor de snelle groei van commerciële voetbalscholen in Amsterdam en de schaduwzijden daarvan voor jeugdontwikkeling, veiligheid en het amateurvoetbal. Rond de tachtig scholen opereren met weinig waarborgen tegen slechte praktijken.

De problemen

Onderzoek van de Universiteit Utrecht, uitgevoerd met de gemeente en de KNVB, laat ongezonde prestatiedruk, kwetsbare afhankelijkheidsrelaties en inmenging bij amateurverenigingen zien. In enkele gevallen zijn er zelfs criminele verdenkingen.

De oproep

Alleen een gezamenlijke aanpak van sportverenigingen, voetbalbond, profclubs en gemeente kan, in de woorden van de Raad, “de gekte uit het jeugdvoetbal halen”.

Het volledige advies

15 min leestijd 10 pagina's

Stop de handel in voetbaldromen

Inleiding

Het sportlandschap verandert continu. Het sportaanbod wordt steeds gevarieerder. Hetzelfde geldt voor de organisatievormen. In de meeste gevallen betekent dit een aanwinst voor de stad. Soms slaat de vercommercialisering echter door en verwordt het in beweging brengen van kinderen tot een verdienmodel. Dit lijkt in toenemende mate het geval bij de vele voetbalscholen die Amsterdam inmiddels rijk is. Al een aantal jaar houdt de Sportraad Amsterdam hun opkomst in de gaten. Niet alleen om dat we ze als paddenstoelen uit de grond zagen schieten, maar ook omdat we ons zorgen maken over de gevolgen hiervan voor het Amsterdamse amateurvoetbal. De coronacrisis bracht de groei in een stroomversnelling en maakte de aanwezigheid van voetbalscholen nog zichtbaarder. Toen voetbalverenigingen noodgedwongen de deuren moesten sluiten gingen voetbalscholen gewoon door. Dagelijks waren er trainende kinderen te zien in de openbare ruimte, op schoolpleinen maar – vooral – op dezelfde voetbalvelden die gesloten waren voor verenigingsactiviteiten. Tegelijkertijd bereikten ons steeds vaker zorgwekkende verhalen over incidenten waar voetbalscholen bij betrokken waren.

Twee jaar geleden deelden we deze zorgen met de toenmalige wethouder Sport, Simone Kukenheim, en vroegen haar aandacht te besteden aan dit onderwerp. Dit heeft geresulteerd in een eerste onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de aard en omvang van voetbalscholen in de regio Amsterdam. Uit dit onderzoek, dat is uitgevoerd in opdracht van de Sportraad Amsterdam, de gemeente Amsterdam en de KNVB, is gebleken dat Amsterdam ten minste zo’n tachtig voetbalscholen telt (we vermoeden dat het daadwerkelijke aantal een stuk hoger ligt) en er nauwelijks waarborgen zijn om voetbalscholen met verkeerde intenties of onvoldoende kwaliteit uit te filteren. Tegelijkertijd is de inmenging van voetbalscholen in het verenigingsleven mede dankzij de coronacrisis alleen maar groter geworden. Vooral kleinere voetbalverenigingen belandden in financieel zwaar weer, waardoor voetbalscholen makkelijker voet aan de grond kregen. Een commerciële voetbalschool die de jeugdopleiding van een Amsterdamse voetbalvereniging overneemt is inmiddels geen uitzondering meer. Deze ontwikkelingen vragen om visie op de wijze waarop het voetbal zich zou moeten verhouden tot deze scholen. Met dit advies beoogt de Sportraad Amsterdam hier een aanzet toe te geven.

Probleemanalyse

De eerste voetbalscholen in Amsterdam ontstonden als gevolg van een toenemende vraag naar extra trainingsmomenten en meer individuele aandacht. Ze vormden zo een aanvulling op het aanbod van de voetbalvereniging. Al snel bleek dat ouders – mede verblind door de exorbitante salarissen die in het profvoetbal zijn te verdienen – bereid waren (fors) te betalen om nog meer uit hun kinderen te halen. Hierdoor groeide het aantal voetbalscholen explosief. Onderling variëren ze enorm in professionaliteit en kwaliteit. Ze zijn dan ook zeker niet allemaal over één kam te scheren. Over het geheel genomen baart de groeiende invloed van deze groep aanbieders de Sportraad echter zorgen. Het volgende vijftal constateringen ligt hieraan ten grondslag.

Ten eerste spelen voetbalscholen in op de (onrealistische) dromen van kinderen en hun ouders om profvoetballer te worden. Ze wakkeren deze dromen in veel gevallen aan door jeugdspelers op te hemelen en profstages voor te spiegelen. Een deel van deze voetbalscholen is bovendien (in)direct gelieerd aan zaakwaarnemers en makelaarskantoren. Via hun voetbalscholen speculeren zij op de vondst van talenten die zij vervolgens hopen te begeleiden. Als dit al gebeurt is het doorgaans door de krochten van het (mondiale) profvoetbal. In veruit de meeste gevallen blijft het echter bij het financieel uitbuiten van deze voetbaldromen. Jeugdvoetbal is daarmee een verdienmodel geworden.

Ten tweede ontstaan bij voetbalscholen – op basis van de belofte om de voetbaldroom waar te kunnen maken - sneller en in grotere getalen onwenselijke afhankelijkheidsrelaties tussen trainers/eigenaren en jonge (beïnvloedbare) kinderen. Aangezien er geen enkele drempel bestaat om een voetbalschool op te richten en vrijwel iedere vorm van toezicht of controle ontbreekt kunnen kinderen in zeer kwetsbare posities belanden. Het meest recente – en zeer zorgwekkende – voorbeeld hiervan is de Amsterdamse voetbalschooleigenaar die veroordeeld is tot een meerjarige celstraf voor het uitbuiten van jonge voetbaltalenten. Er zijn echter meer voorbeelden bekend, die vaak subtieler maar even onwenselijk zijn.

Ten derde verzwakken commerciële voetbalscholen het verenigingsvoetbal en hollen dit langzaam uit. Enerzijds komt dit doordat ze het consumentisme aanwakkeren en geld onttrekken aan het clubvoetbal. Anderzijds proberen voetbalscholen steeds vaker voet aan de grond te krijgen bij verenigingen, met name om competitievoetbal te kunnen spelen. Dit gaat meestal een tijdje goed, maar leidt uiteindelijk vaak tot conflict. Waarna de voetbalschool verder trekt en de vereniging verzwakt achterblijft.

Ten vierde versterken voetbalscholen de toch al overdreven focus op prestaties in het jeugdvoetbal. Dit heeft effect op het gedrag van ouders, kinderen en verenigingen. Voetbaltrainingen en –wedstrijden bij de jeugd worden steeds minder gezien als een leuke en gezonde vrijetijdsbesteding. In plaats daarvan komt de nadruk steeds vaker te liggen op beter worden en presteren. Dit komt het plezier van veel jeugdleden niet ten goede en staat bovendien haaks op de oorspronkelijke doelstelling van de amateurvereniging.

Tot slot vreest de Sportraad Amsterdam dat voetbalscholen op langere termijn de volledige voetbalinfrastructuur ontwrichten en de kwaliteit en het niveau van het Nederlandse voetbal negatief beïnvloeden. Dit komt doordat de meeste voetbalscholen niet breed opleiden, maar focussen op de zogenaamde talenten van dit moment. Op langere termijn wordt hierdoor de vijver waar talenten in boven zouden moeten komen drijven kleiner en het gemiddelde niveau lager.

Aanbevelingen

In een eerste reactie op het onderzoek van de UU en mede naar aanleiding van publicaties in NRC heeft de gemeente Amsterdam aangekondigd met een handelingsperspectief te zullen komen. De KNVB ziet het opzetten van interne voetbalscholen door verenigingen als het antwoord. Dit zijn beide stappen die zeker kunnen helpen, maar er is meer nodig om de gekte uit het jeugdvoetbal te halen. De wildgroei aan voetbalscholen is in onze ogen namelijk een gevolg van de doorgeslagen focus op prestatie in het jeugdvoetbal. Om dit te bestrijden dienen niet alleen de voetbalscholen kritisch onder de loep te worden genomen, maar de hele bestaande voetbalinfrastructuur. Te veel mensen (bij voetbalscholen en verenigingen) proberen tegenwoordig geld te verdienen aan jeugdig voetbaltalent. Dit vergroot de kans op excessen en schaadt de voetbalsport op langere termijn.

Naar mening van de Sportraad Amsterdam ligt er een belangrijke gedeelde opdracht voor de gemeente(n), de verenigingen en de KNVB (zowel de sectie amateurvoetbal als de sectie betaald voetbal).1 Zij hebben immers allen belang bij aantrekkelijke en weerbare amateurverenigingen die erin slagen zoveel mogelijk kinderen te enthousiasmeren voor voetbal. Dit is niet alleen goed voor de populariteit van de sport zelf en de sportparticipatie onder de inwoners. Ook vanuit sociaal maatschappelijk perspectief en dat van talentontwikkeling is dit belangrijk. En uiteindelijk is zelfs het niveau van het Nederlandse voetbal over de hele linie hierbij gebaat.

Dit neemt niet weg dat voetbalscholen deel uitmaken van een veranderend sportlandschap en niet snel zullen verdwijnen. Dit vraagt enerzijds om regulering zodat de wildgroei wordt ingedamd, excessen worden tegengegaan en de vercommercialisering van breedtesport een halt toe geroepen. Anderzijds is versterking van de bestaande voetbalinfrastructuur vereist om te borgen dat aantrekkelijk voetbalaanbod voor iedereen toegankelijk blijft. Hierbij verdienen naar onze mening de unieke waarden van het verenigingsleven bescherming. Met onderstaande aanbevelingen beoogt de Sportraad Amsterdam een bijdrage te leveren aan deze uitdagingen

  • I. Handel in voetbaldromen uitbannen
  • II. Verenigingsaanbod versterken
  • III. Voetbalscholen reguleren.

01 Handel in voetbaldromen uitbannen

1a De Sportraad Amsterdam adviseert Nederlandse profclubs om hun banden met commerciële voetbalscholen te verbreken.

De Nederlandse voetbalinfrastructuur is uniek in de wereld. De bijna 3000 verenigingen vormen samen een fijnmazig netwerk dat over het algemeen eenvoudig toegankelijk is en alle kinderen de mogelijkheid biedt te voetballen in hun eigen buurt en op hun eigen niveau. Dit zorgt er in combinatie met de scoutingsafdelingen van profclubs en het Jeugdplan Nederland voor dat talentvolle spelers zichtbaar genoeg zijn. Desalniettemin werken veel profclubs daarnaast nog samen met commerciële voetbalscholen. Ze lijken zich onvoldoende te realiseren dat ze voetbalscholen hiermee status en aanzien verschaffen en zo de handel in voetbaldromen in de hand werken. Hierdoor ontstaan niet alleen de ongezonde afhankelijkheidsrelaties tussen trainers en kinderen waar weinig zicht op is. Ook heeft het verdienmodel dat gebouwd is op de belofte om de top te halen een ontwrichtende werking op de breedtesport. De profclubs hebben hier een maatschappelijke verantwoordelijkheid en doen er goed aan alle banden met voetbalscholen te verbreken.

1b De Sportraad Amsterdam adviseert profclubs te stoppen met het selecteren van kinderen op te jonge leeftijd.

Onderzoek toont aan dat het herkennen van potentie, zeker op jonge leeftijd, onbetrouwbaar is en dat de ontwikkeling van talent grillig verloopt. Er valt niet met veel betrouwbaarheid te zeggen dat spelers die op jonge leeftijd als talent aangemerkt worden ook de potentie hebben daadwerkelijk de top te bereiken (Baker, 2012; Coté & Hancock, 2014). Dit maakt de voordelen van het scouten van talent op jonge leeftijd verwaarloosbaar. Desondanks stroopt een groot aantal profclubs (waaronder helaas ook ons eigen AFC Ajax) nog altijd ieder weekend de amateurvelden af op zoek naar 6-,7-,en 8-jarige talenten. Dit zorgt voor veel onrust bij kinderen, ouders, teams en verenigingen. Bovendien leidt het tot kopieergedrag. Profclubs zijn namelijk al lang niet meer de enige partij die scouten bij jeugdwedstrijdjes in Amsterdam. Ieder weekend doen zelfbenoemde voetbalmakelaars, voetbalscholen en gerenommeerde amateurclubs precies hetzelfde. De Nederlandse profclubs zouden er dan ook goed aan doen te stoppen met selectie op vroege leeftijd en in plaats daarvan te investeren in de kwaliteit van het jeugdvoetbal in hun regio over de hele breedte. Hierbij zou het enthousiasmeren van zoveel mogelijk kinderen voor voetbal en het opleiden in de eigen omgeving centraal moeten staan. Dit verbreedt het fundament van de opleidingspiramide en zorgt dat het gemiddelde niveau stijgt. Iets waar de profclubs uiteindelijk ook weer de vruchten van kunnen plukken.

1c De Sportraad Amsterdam adviseert de KNVB om alle individuele opleidingsvergoedingen in een landelijk opleidingsfonds te storten en evenredig te verdelen over het jeugdvoetbal in Nederland.

Net als een deel van de voetbalscholen zijn er ook steeds meer verenigingen die het opleiden van jeugdspelers voor een profclub als hun kerntaak lijken te zien. Dit leidt tot een ongezonde focus op selectieteams die vaak ten koste gaat van de overige voetballertjes. Bovendien zorgt het ervoor dat amateurclubs steeds vaker bij elkaar talenten proberen weg te lokken. Dit alles staat haaks op de oorspronkelijke doelstelling van amateurvoetbalverenigingen die gericht is op het faciliteren van voetbal voor zoveel mogelijk liefhebbers, talentvol en minder, uit de naaste omgeving. Deze belangrijke maatschappelijke functie rechtvaardigt dat zij subsidie ontvangen (veelal in de vorm van gereduceerde veldhuur) en zou verder versterkt kunnen worden door de KNVB. Hiertoe dient de voetbalbond het systeem van opleidingsvergoedingen aan te passen. In plaats van verenigingen individueel te belonen zodra een voormalig jeugdspeler een profcontract tekent, stelt de Sportraad voor al deze bedragen in een landelijk opleidingsfonds te storten. De volledige inhoud van dit fonds wordt jaarlijks naar rato uitgekeerd aan alle amateurverenigingen met een jeugdafdeling (hoe meer jeugdspelers, hoe hoger de bijdrage). Het uitgekeerde bedrag dienen de verenigingen volledig te investeren in het verder versterken van de jeugdafdeling over de hele breedte. Op deze manier draagt de KNVB eraan bij dat het amateurvoetbal gericht blijft op z’n maatschappelijke functie.

1d De Sportraad Amsterdam adviseert de KNVB een landelijke mediacampagne te lanceren die eerlijk is over de kansen op een profcarrière en ook de keerzijde van de voetbaldroom belicht.

Hoewel ieder kind natuurlijk mag dromen over een profcarrière, kan het zeker geen kwaad een landelijke mediacampagne te lanceren die eerlijk is over de profkansen van kinderen en benadrukt dat plezier de basis is. Dat geldt niet alleen voor de recreatieve voetballer, maar ook voor de voetballer die gescout wil worden door een profclub. Met dergelijke voorlichtingscampagne kunnen ouders ook gewaarschuwd worden voor de beloftes die sommige voetbalscholen en -clubs doen, over de bedenkelijke begeleidingskantoortjes en voetbalmakelaars en over potentiële nadelen van scouting op vroege leeftijd. Het is tevens zinvol om daarbij aan te geven dat het scoutingssysteem van de profclubs en KNVB ruimschoots voldoende is om de echte talenten in het vizier te krijgen.

02 Verenigingen versterken

Het verenigingsleven moeten we koesteren, zonder het te verheerlijken. Er zijn voldoende zaken die verbeterd kunnen en moeten worden, maar het is absoluut de moeite waard om verenigingen te behouden en erin te investeren. De unieke kenmerken van de verenigingssport – die naast een sportieve ook een belangrijke sociaalmaatschappelijke functie heeft – rechtvaardigen alle inspanningen hiertoe. De gemeente en de voetbalbond zijn samen gebaat bij sterke verenigingen die een breed publiek voetballiefhebbers aanspreken en faciliteren in hun behoefte. Hier ligt een grote gemeenschappelijke opgave die begint met het uitspreken van de nadrukkelijke voorkeur voor verenigingsvoetbal boven commerciële initiatieven. Vervolgens bestaat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid om verenigingen aantrekkelijk en weerbaar te houden. Met de volgende aanbevelingen denkt de Sportraad daaraan bij te kunnen dragen.

2a De Sportraad Amsterdam adviseert amateurverenigingen zich te focussen op hun kerntaak.

Ten eerste dienen voetbalverenigingen zich te concentreren op hun kerntaak. Dat doen ze niet door zich te profileren als voorportaal van het profvoetbal. De vereniging dient namelijk nadrukkelijk een breder doel dan louter het selecteren en opleiden van talenten. De kerntaak van een vereniging bestaat uit het faciliteren van een plezierige en laagdrempelige omgeving waar kinderen genieten van de sport en een leven lang blijven bewegen. Dit is naar mening van de Sportraad Amsterdam ook een voorwaarde die de gemeente (en KNVB) zou mogen stellen aan verenigingen. Door de handen ineen te slaan en een sterke voetbalorganisatie te bouwen die levenslange voetballers aflevert vervult een vereniging niet alleen die waardevolle kerntaak, maar zorgt het ook voor solide financiële basis voor de toekomst.

Dit in tegenstelling tot de focus op het afleveren van toptalent wat van tal van (onzekere) factoren, waaronder geluk, afhankelijk is. Dit maakt de kerntaak ook nog eens de financieel verstandigste keuze voor een vereniging.

2b De Sportraad adviseert de gemeente initiatief te nemen voor het opzetten van een stedelijke trainerspool die de kwaliteit en kwantiteit van jeugdtrainers helpt vergroten.

De aantrekkelijkheid van verenigingen wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van het voetbalaanbod. Dit begint met het aanstellen van goede trainers die niet alleen voetbaltechnisch onderlegd zijn, maar ook in staat een prettige en veilige omgeving te creëren waarin kinderen zich ontwikkelen. Deze trainers zijn schaars. Zeker in een stad als Amsterdam. De snelle toename van het aantal voetbalscholen heeft deze schaarste alleen maar versterkt. De veel hogere tarieven bij voetbalscholen maken dat trainers hier een marktconform salaris kunnen verdienen. In tegenstelling tot de vereniging waar ze in de meeste gevallen meestal alleen een onkosten- of vrijwilligersvergoeding ontvangen.

Er ligt dan ook een uitdaging om samen met verenigingen te zorgen dat het vak jeugdtrainer de aandacht en waardering krijgt die het verdient. Want alleen zo kunnen we het voetbalaanbod breed toegankelijk houden en een veilig sportklimaat bevorderen. Betere trainers zorgen dat meer kinderen gaan en blijven sporten. Dit vraagt allereerst om (financiële) keuzes van verenigingen ten gunste van de jeugdteams. De gemeente en KNVB kunnen ze daarbij helpen. Bijvoorbeeld door de mogelijkheid te onderzoeken om een stedelijke pool van jeugdtrainers te starten en deze te detacheren bij verenigingen. Trainers kunnen zo makkelijker aan voldoende uren per week komen. Door samenwerkingen aan te gaan met private partijen en onderwijsinstellingen als het ROC kan het carrièreperspectief van de jeugdtrainer worden verbeterd wat meer jongeren kan verleiden voor dit vak te kiezen. Cofinanciering kan er voor zorgen dat de kosten voor de verenigingen beheersbaar blijven. In ruil hiervoor kunnen verenigingen verplicht worden deze trainers breed in te zetten zodat alle kinderen profiteren en niet alleen de selectieteams. De Sportraad denkt graag mee over de verdere uitwerking hiervan.

2c De Sportraad Amsterdam adviseert verenigingen terughoudend te zijn bij samenwerking met externe voetbalscholen en de regels van de gedragscode voor sportbestuurders na te leven.

Het is belangrijk dat verenigingen zich bewust zijn van de spelregels die horen bij samenwerking met een commerciële partij. Zo behoren sportbestuurders volgens de gedragscode geen financieel belang te hebben die in strijd is – of kan zijn – met de functie. Dat is niet zonder reden. Bestuurders zijn onbezoldigd, dienen geen eigen belang, maar louter het brede belang van de vereniging. Naar onze mening kan iemand die gelieerd is aan een commerciële voetbalschool daarom niet plaatsnemen in een verenigingsbestuur. Het bestuur ontwikkelt een visie en bepaalt het beleid voor de vereniging en legt daarover verantwoording af aan de ALV. Een commerciële samenwerkingspartner is uitvoerder en doet dit in opdracht van het bestuur, dat er op toeziet dat dit gebeurt op een manier dat het aansluit bij de visie van de vereniging en binnen de kaders van het beleid. In de praktijk zien we steeds meer dat een commerciële partij het beleid van de vereniging gaat bepalen. Dat is onwenselijk en in strijd met de spelregels voor goed sportbestuur. Verenigingen hebben hier zelf een verantwoordelijkheid. In het verlengde hiervan adviseren wij hen ook terughoudend te zijn met het benoemen van personen verbonden aan voetbalscholen op andere sleutelfuncties binnen de club.

03 Voetbalscholen reguleren

3a De Sportraad Amsterdam adviseert de gemeente Amsterdam alleen contact te onderhouden met voetbalscholen die voldoen aan onderstaande basisvoorwaarden.

De Sportraad ziet anders georganiseerde sportaanbieders, waaronder ook commerciële sportaanbieders, als een welkome aanvulling op het bestaande sportlandschap. Ze bevorderen de diversiteit en dragen zo bij aan een hogere sportparticipatie onder Amsterdammers. In beginsel geldt dit ook voor voetbalscholen. Uiteraard zijn hier wel de gebruikelijke voorwaarden aan verbonden. Deze zouden onderdeel moeten uitmaken van het handelingsperspectief dat de wethouder aankondigde op te stellen. Wij adviseren daarin vast te leggen dat commerciële voetbalscholen die gebruikmaken van gemeentelijke faciliteiten, voorzieningen of financiële ondersteuning in ieder geval:

  • Geregistreerd staan bij de KvK;
  • Transparant zijn over de trainingslocatie en huurconstructie;
  • Niet meer dan een maximaal (door de gemeente bepaald) jaartarief voor trainingen en/of lidmaatschap hanteren;
  • Voldoen aan de vereisten voor een veilig sportklimaat;

3b Voetbalscholen die gelieerd zijn aan voetbalmakelaars(kantoren) kunnen geen gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen.

Als aanvullende voorwaarde adviseert de Sportraad Amsterdam de gemeente een hardere lijn te hanteren bij voetbalscholen die (in)direct gelieerd zijn aan voetbalmakelaars. De Sportraad is van mening dat dit soort organisaties geen gebruik mogen maken van gemeentelijke sportaccommodaties of andere gemeentelijke voorzieningen. Deze combinatie werkt de handel in voetbaldromen naar onze mening in de hand en zou daarom voorkomen moeten worden.

Ageeth Telleman (voorzitter)
Julius Egan (secretaris)

Amsterdam, 12 april 2022

Voetnoten

  1. We zijn ons bewust van de beperkte invloed die wij als Sportraad Amsterdam kunnen uitoefenen op partijen als de KNVB en de Nederlandse betaald voetbalorganisaties. Desondanks hopen wij met dit advies ook deze organisaties te stimuleren na te denken over de wijze waarop zij zich wensen te verhouden tot de voetbalscholen. ↩

Dit is de integrale tekst van het advies, overgenomen uit de PDF. Alleen de opmaak is aangepast voor het lezen op het scherm.

Praat mee

Heb je een tip of idee voor een advies?

De Sportraad luistert naar de stad. Is je iets opgevallen, of heb je een vraag of tip? Stuur ons gewoon even een bericht.