Accommodaties & zwemwaterSport & gezondheid

Advies Toekomst Amateurvoetbal Amsterdam

Advies Toekomst Amateurvoetbal Amsterdam

Borg de toekomst van het Amsterdamse amateurvoetbal door in een verdichtende stad ruimte en voorzieningen voor verenigingen te beschermen.

In het kort

  • Meer dan 50.000 Amsterdammers worden wekelijks in beweging gebracht door voetbal.
  • Ruim zestig verenigingen en duizenden vrijwilligers dragen het voetballeven.
  • Stedelijke verdichting verdringt verenigingen naar de randen van de stad.

Het amateurvoetbal neemt een stevige plek in het Amsterdamse stadsleven in. Wekelijks worden meer dan 50.000 Amsterdammers via het voetbal in beweging gebracht, gefaciliteerd door ruim zestig verenigingen en duizenden vrijwilligers.

Tegelijk staat die positie onder druk. Door de stedelijke verdichting is straatvoetbal verdrongen naar omheinde trapveldjes, voetbalkooien en schoolpleinen, en zijn veel verenigingen naar de randgebieden van de stad verplaatst. De Sportraad adviseert de gemeente om ruimte en voorzieningen voor het amateurvoetbal actief te beschermen, zodat de sport ook in een groeiende stad toegankelijk blijft.

Het volledige advies

18 min leestijd 24 pagina's

Advies Toekomst Amateurvoetbal Amsterdam

Het advies Toekomst amateurvoetbal Amsterdam is op 18-03-2015 verzonden aan het stadsbestuur van Amsterdam

Samenvatting

Wekelijks brengen onze amateurvoetbalverenigingen meer dan 50.000 Amsterdammers van de meest uiteenlopende komaf in beweging en met elkaar in aanraking. Gefaciliteerd door duizenden vrijwilligers maakt dit het amateurvoetbal tot een unieke en uiterst waardevolle gemeenschap in onze stad.

De plek waar dit plezier samenkomt, de voetbalvereniging, begeeft zich in een veranderende omgeving. Een omgeving waarbij niet iedere vereniging aansluiting weet te vinden. Een aantal van hen heeft grote moeite zich te organiseren en het functioneren en voortbestaan is daar daadwerkelijk in het geding. Alleen verenigingen waar de interne organisatie op orde is, zijn in staat om structureel een optimaal sportief en maatschappelijk rendement te halen uit het gebruik van onze gemeentelijke accommodaties. Om hier ook in de toekomst optimaal van te kunnen profiteren adviseert de Sportraad de gemeente dan ook om:

  1. de vernieuwing van het Amsterdams Voetbal Verdrag (AVV) aan te grijpen om de samenwerking tussen de KNVB en de stad te intensiveren en gezamenlijk op te trekken bij verenigingsversterking;
  2. in samenwerking met de KNVB een collectief management model te introduceren in het amateurvoetbal en daarmee samen actiever te gaan interveniëren bij verenigingen waar dat noodzakelijk en wenselijk is. De interventies kunnen per verenigingen verschillen en zijn niet altijd vrijblijvend. Wel is het de bedoeling dat zij uiteindelijk leiden tot gezonde verenigingen die op eigen kracht kunnen functioneren;
  3. een gezonde spreiding van het voetbalaanbod over de stad te waarborgen.
  4. samen met de KNVB vernieuwing van het voetbalaanbod te stimuleren en faciliteren waarbij de volledige omarming van het vrouwenvoetbal een belangrijk onderdeel is.

Inleiding

Van Betondorp tot Buiksloot en van het Balboa- tot het Iepenplein, overal in het stadse leven van Amsterdam en de stedelijke ruimte neemt de voetbalsport een belangrijke plaats in. Verkeer en bebouwing hebben het straatvoetbal weliswaar verdrongen naar omheinde trapveldjes, voetbalkooien en schoolpleinen, maar ook daar kent het een bloeiend bestaan. Ook voetbalverenigingen verplaatsten zich door de jaren heen. Noodgedwongen kwamen velen in de rafelranden van de stad terecht. Desalniettemin brengen de voetbalverenigingen wekelijks meer dan 50.000 Amsterdammers van de meest uiteenlopende komaf in beweging en met elkaar in aanraking. Dit wordt bovendien gefaciliteerd door vele duizenden vrijwilligers verbonden aan meer dan zestig roemruchte, vernieuwende of traditionele Amsterdamse voetbalverenigingen.

Al met al een uniek model dat het waard is om als stad te blijven onderhouden. Maar ook een model dat onder druk staat. Fors toegenomen onsportief gedrag op of om het veld1, verwaarloosde accommodaties en onvoldoende kader (zowel in kwantiteit als kwaliteit) zijn slechts enkele van de problemen waar het Amsterdamse amateurvoetbal momenteel mee kampt. De onderliggende oorzaken hiervoor zijn legio en kunnen verschillen van vereniging tot vereniging. En hoewel iedere vereniging in beginsel zelf verantwoordelijk is voor de oplossingen, is de Sportraad van mening dat de gemeente hier vanwege de aanzienlijke maatschappelijke relevantie van het amateurvoetbal een belangrijke en noodzakelijke bijdrage aan kan en moet leveren. Vooreerst omdat de stad Amsterdam gebaat is bij gezonde, goed functionerende voetbalverenigingen die aansluiting hebben of vinden bij hun omgeving. Maar ook omdat publieke voorzieningen, waaronder de sportvelden effectiever ingezet worden dan nu het geval is. Bovenal omdat wij juist ook kansen voor vernieuwing en ontwikkeling van het aanbod en de organisatie zien en de voetbalsport te mooi en waardevol is om overheerst te worden door berichten over agressie en wanbeheer. Met dit advies beoogt de Sportraad Amsterdam hier een bijdrage aan te leveren.

Analyse

Het verenigingslandschap in Amsterdam is zich aan het herordenen. Dit blijkt vooreerst uit de forse afname van het aantal Amsterdamse voetbalverenigingen in de laatste twintig jaar. Waren het in 1997 nog 97, tegenwoordig zijn dat er 63. Ondanks deze aanzienlijke daling blijft het aantal voetballers in verenigingsverband redelijk stabiel. Mede door de toegenomen populariteit van het meisjesvoetbal is zelfs een lichte stijging waarneembaar in het aantal teams dat in Amsterdam deelneemt aan competitievoetbal. Toch lijkt aan de daling van het aantal voetbalverenigingen nog geen einde gekomen. Aanhoudende berichten over clubs die in zwaar weer verkeren en de gestage opkomst van nieuwe voetbalbolwerken wijzen erop dat het verenigingslandschap nog altijd in beweging is. Ook duiken met enige regelmaat geruchten over nieuwe fusiebesprekingen op. De Amsterdamse wethouder Sport, Eric van der Burg, zei hierover dat de gemeente de mogelijkheden bekijkt om meer voetbalclubs te laten fuseren: “Zeer kleine voetbalclubs met matige bestuurlijke kwaliteiten zouden met elkaar kunnen fuseren om grotere en sterkere clubs te vormen”.2

Nieuw-WestNoordOostZuidoostZuidWestTotaal
2092047363

Tabel 1. Verdeling van de 63 voetbalverenigingen over Amsterdam.3

De wethouder geeft hiermee het signaal af dat het zelfbeschikkingrecht van verenigingen niet grenzeloos is. Meer dan het amateurvoetbal zich doorgaans realiseert is de gemeente namelijk een belangrijke belanghebbende. Ten eerste is zij de eigenaar van bijna alle 138 voetbalvelden in de stad. Velden die tegen een gereduceerd tarief worden verhuurd aan verenigingen waardoor deze op hun beurt relatief lage contributies kunnen vragen aan hun leden. Daarnaast biedt de gemeente op uiteenlopende manieren steun aan verenigingen. Verenigingsadviseurs, buurtsportcoaches, een bouwsubsidies voor accommodaties (1/3e regeling) zijn slechts een aantal van deze manieren. Daartegenover staat natuurlijk dat verenigingen belangrijke partners zijn bij het realiseren van gemeentelijke (sportieve) doelstellingen. Zo leveren ze een waardevolle bijdrage aan de sportparticipatie in Amsterdam, vervullen ze verschillende maatschappelijke functies en – het allerbelangrijkste – voorzien ze in de grote behoefte aan voetbal die er in Amsterdam is.

De genoemde daling van het aantal verenigingen vraagt derhalve om alertheid, temeer daar deze daling naar verwachting de komende jaren verder doorzet en zich bovendien niet evenredig over de stad verdeelt. Gezonde, succesvolle (niet per sé prestatief succesvolle) verenigingen concentreren zich steeds meer in wijken met een relatief hoge sociaaleconomische status. Het zelforganiserend vermogen van verenigingen wordt daardoor steeds meer bepaald door de ligging in de stad. Waar dit vermogen onvoldoende is, ontstaan allerhande problemen die kunnen variëren van gebrek aan vervoer naar uitwedstrijden tot verwaarloosde contributie-inning met betalingsachterstanden als gevolg. En hoewel dit soort problemen natuurlijk nooit helemaal zijn uit te sluiten, is een stabiele organisatie met voldoende kader een essentiële voorwaarde voor borging van een structureel bestaan van de vereniging en voor structureel verspreiden en bewaken van de clubcultuur.

Onder meer deze constateringen hebben de gemeente Amsterdam en de KNVB in 2011 doen besluiten een Amsterdams Voetbal Verdrag (AVV) te sluiten. Doel van dit verdrag is de sportiviteit en het respect op de velden te verhogen alsook het percentage vitale sportverenigingen. Het huidige verdrag loopt dit jaar ten einde en beide partijen hebben inmiddels de intentie uitgesproken de samenwerking te verlengen. De Sportraad juicht dit voornemen toe en doet vooruitlopend op een nieuw AVV alvast enkele aanbevelingen die een bijdrage kunnen leveren aan toekomstbestendig amateurvoetbal in heel Amsterdam. De ambitie daarbij is om ook in 2020 in Amsterdam voldoende, zelfredzame, diverse, eigentijdse en evenwichtig over de stad verspreide voetbalaanbieders te huisvesten.

Aanbevelingen

1. De Sportraad adviseert de vernieuwing van het AVV aan te grijpen om de samenwerking tussen de gemeente en de KNVB verder te intensiveren.

Zowel de KNVB als de gemeente Amsterdam spelen van oudsher een belangrijke rol in het amateurvoetbal. De een als organisator van de competitie, de ander als verhuurder van de velden. Hoewel de achterliggende motieven kunnen verschillen, hebben beide partijen baat bij een gezond en aantrekkelijk voetbalklimaat. Dat de realisatie hiervan geen vanzelfsprekendheid is, lijkt inmiddels doorgedrongen. Ook op en om het voetbalveld manifesteren zich de effecten van specifieke grootstedelijke problematiek en van een samenleving die zich anders aan het organiseren is. Dit vraagt – meer dan vroeger - om een actieve (en mogelijk intensievere) aanpak door zowel de gemeente als de KNVB. De komst van het AVV is voor de Sportraad het bewijs dat beide organisaties al gezamenlijk op zoek zijn naar de invulling van deze nieuwe rol. Met onder meer het jaarlijks terugkerende Amsterdams EK meidenvoetbal in Zuidoost en het convenant “Samen werken aan Sportiviteit & Respect” zijn ook al de eerste concrete resultaten geboekt. De Sportraad adviseert hier een vervolg aan te geven en de vernieuwing van het AVV aan te grijpen om de samenwerking te intensiveren.

Onder meer de volgende afspraken zouden daarin volgens ons kunnen worden opgenomen:

  • Er dient gezamenlijk een plan te worden ontwikkeld dat inhoud geeft aan het thema verenigingsversterking en richting aan de rol die beide organisaties hierin spelen;
  • Voor de uitvoering van dit plan dient opnieuw een projectleider AVV te worden aangesteld die werkzaam is voor beide organisaties;
  • De werkzaamheden van de verenigingsondersteuners van beide organisaties dienen, indachtig eerdergenoemd plan, beter op elkaar afgestemd te worden. Idealiter wordt hun aansturing ondergebracht bij de projectleider AVV en hun taakomschrijving aangepast (zie aanbeveling 2.);
  • Gezamenlijke afspraken dienen te worden gemaakt ten aanzien van verenigingen met betalingsachterstanden. Hierbij dient het ‘schuld bij de één is schuld bij de ander’ principe ingevoerd en strikt gehandhaafd te worden;
  • Tot slot is het niet meer dan logisch dat de verschillen in tarieven die de bestuurscommissies rekenen voor de veldhuur weer worden gladgestreken.

Tezamen creëren deze maatregelen meer duidelijkheid voor verenigingen over hetgeen ze mogen verwachten van de gemeente en de KNVB. Tevens leidt het tot een meer gerichte inzet van middelen en op termijn tot meer financieel gezonde verenigingen. Intensievere samenwerking maakt het bovendien mogelijk meer regie op het amateurvoetbal te voeren. Niet alleen de Sportraad denkt dat de voetbalsport hier de vruchten van zal plukken, ook het merendeel van de Amsterdamse voetbalverenigingen geeft al langer aan hier behoefte aan te hebben.4

2. De Sportraad adviseert een collectief management model in het leven te roepen met als doel actief te interveniëren in verenigingen teneinde de interne organisatiekracht te verbeteren.

Verenigingen zijn onmiskenbaar van grote waarde in onze huidige samenleving. Een samenleving die in toenemende mate verandert in een complexe netwerksamenleving, waarin individuen zich meer en meer organiseren in zogenaamde ‘communities’. Ook op sportgebied zien we nieuwe verbanden ontstaan die functies en taken die van oudsher door verenigingen werden uitgevoerd overnemen of anders inrichten. Dit betekent echter niet dat de traditionele vereniging haar langste tijd heeft gehad. Het verenigingsleven spreekt een zeer grote – en wellicht zelfs een steeds groter wordende – groep mensen aan.5 Onder hen ook vaak de moeilijk(er) bereikbare groepen, voor wie het lidmaatschap van een vereniging bovendien een laagdrempelige manier is om deel te nemen aan de maatschappij.

Naar mening van de Sportraad is het derhalve van groot belang om het verenigingsleven op robuuste wijze te blijven steunen en hen - daar waar de veranderende omgeving dat vraagt - te helpen met het aanpassen van hun aanbod (zie aanbeveling vier) en organisatie. En hoewel een aantal voetbalverenigingen in Amsterdam hier inmiddels voortvarend en succesvol mee is begonnen, heeft ook een aanzienlijk deel van hen hulp nodig bij het moderniseren van de eigen organisatie. De Sportraad roept de KNVB en de gemeente dan ook met klem op nog meer dan nu het geval is te investeren in verenigingsversterking.

Deze versterking valt of staat naar onze mening bij het vergroten van de interne organisatiekracht van verenigingen. Het aanleggen van een nieuw kunstgrasveld loont immers alleen als er veel voetballers gebruik van maken. Het subsidiëren van de renovatie van een clubhuis is alleen de moeite waard als het vervolgens goed wordt onderhouden. En de inzet van een combinatiefunctionaris heeft alleen zin als er voldoende begeleiding is om instroom van nieuwe voetballers in extra teams te kunnen onderbrengen.6 De kracht van het organisatorisch kader van de vereniging is daarmee bepalend voor zowel het succes van de vereniging zelf als de omvang van het maatschappelijk rendement op de verschillende overheidsinvesteringen. Daar komt nog bij dat de kans op onsportief of agressief gedrag afneemt naar mate de interne organisatie van verenigingen beter op orde is. Alle reden dus om juist te investeren in het vergroten van de interne organisatiekracht van verenigingen.

Het organiseren van interne organisatiekracht is echter een competentie op zichzelf en zeker voor een organisatie die van oudsher steunt op de inzet van vrijwilligers geen eenvoudige opgave. De bestuurders van de meeste verenigingen hebben doorgaans hun handen vol aan de dagelijkse beslommeringen, waardoor het hen eenvoudigweg aan tijd ontbreekt om bestaande structuren af en toe kritisch tegen het licht te houden. Omdat ook het werven van nieuwe vrijwilligers een bijkomende en tijdrovende bezigheid is die er vaak bij inschiet, laten verenigingen bovendien onbedoeld een groot deel van hun vrijwilligerspotentieel onbenut. Zowel de interne organisatie van de vereniging als de invulling van het vrijwilligerswerk sluit hierdoor steeds minder goed aan bij de - door de jaren heen veranderde - eisen en mogelijkheden van de omgeving.

Naar mening van de Sportraad ligt hier een grote verantwoordelijkheid voor de KNVB. In het kader van het nieuwe AVV – en dus gesteund door de gemeente - zal de bond actief moeten interveniëren om de interne organisatie van de Amsterdamse amateurverenigingen op peil te brengen. Gebrekkige contributie-inning, slordige financiële administratie of organisatorisch falen kunnen niet langer afgedaan worden als interne verenigingsaangelegenheden, maar vergen actief ingrijpen. Hiertoe dient een collectief management team in het leven te worden geroepen dat bestaat uit een aantal professionals in dienst van het AVV (voorheen verenigingsondersteuners). Alle verenigingen, die organisatorisch, administratief en/of financieel in zwaar weer verkeren doch in potentie zelfredzaam zijn7, worden verplicht mee te werken en kunnen in ruil daarvoor rekenen op de tijdelijke steun van deze professionals totdat zij dit op eigen kracht succesvol kunnen uitvoeren.

Het collectief management team heeft als belangrijkste doel een stabiele basis onder het amateurvoetbal in Amsterdam te garanderen. Dit doen zij door per aangesloten vereniging te bepalen of en, zo ja, welke interventies nodig zijn om de interne organisatiekracht op voldoende niveau te krijgen. Deze interventies kunnen verschillen en zijn niet altijd vrijblijvend. Zo is het denkbaar dat de professionals het noodzakelijk achten om bepaalde verenigingstaken zoals de (financiële) administratie of contributie-inning voor (on)bepaalde tijd over te nemen, automatisering kan daarbij een belangrijke rol spelen. Maar ook kunnen ze bijvoorbeeld een vereniging helpen bestaande interne structuren opnieuw in te richten, het vrijwilligerspotentieel te activeren of gedragsregels aan te scherpen. Aangezien het nadrukkelijk niet de bedoeling is dat de professionals bestuursfuncties gaan bekleden, worden zij in staat geacht te allen tijde van een afstand en onafhankelijk het functioneren van een vereniging te beoordelen. Hierdoor kunnen zij eventuele misstanden sneller signaleren, inzichtelijk maken en, juist vanwege hun neutrale positie ten opzichte van de leden, (effectief) oplossen. Dit reduceert de kans op onder meer oplopende betalingsachterstanden en herhaaldelijke geweldsincidenten.

3. De Sportraad adviseert de evenwichtige spreiding van voldoende voetbalaanbod over de stad te bewaken en waarborgen.

De meerwaarde van de vereniging is al vele malen terecht bezongen. Uiteraard geldt die meerwaarde ook voor de Amsterdamse voetbalverenigingen. Niet alleen zijn ze een belangrijke partner bij het realiseren van gemeentelijke sportieve doelstellingen, ook vervullen ze tal van aanvullende maatschappelijke taken waar de hele stad van profiteert. Al met al vertegenwoordigen ze zeer waardevol sociaal kapitaal dat we moeten blijven koesteren. Zwaarder nog echter dan al deze positieve neveneffecten van het verenigingsleven weegt naar mening van de Sportraad het belang van voldoende, laagdrempelig voetbalaanbod in de buurt. Het is naar onze mening de taak van de overheid en in het belang van de KNVB om een evenwichtige spreiding van dit aanbod over de stad te bewaken en waarborgen. Bij bepaalde clubs in Amsterdam zal dit geen extra inspanning behoeven. Wanneer het zelf organiserend vermogen en de zelfredzaamheid van de achterban relatief groot is ontstaan vanzelf bloeiende verenigingen die voorzien in aansprekend voetbalaanbod. Gelukkig kent Amsterdam al veel van dit soort verenigingen.

In andere delen van de stad blijkt het traditionele verenigingsleven toch minder goed bestand tegen de veranderende omstandigheden. De redenen hiervoor zijn legio, maar voor een groot deel ook weer niet voetbaleigen. De verenigingen die nu moeite hebben te overleven zijn over het algemeen gesitueerd in de wijken waar de sociaaleconomische problematiek groter is. Juist in deze wijken zullen de gemeente en de KNVB actiever en intensiever moeten interveniëren om het voetbalaanbod in stand te houden. In een deel van deze gevallen zal de vorige aanbeveling uitkomst kunnen bieden, zolang het in het leven houden van een vereniging maar niet een doel op zich wordt. Het gaat de Sportraad om het behoud van voldoende, laagdrempelig (ook financieel) voetbalaanbod in de buurt. Van ondergeschikt belang daarbij is het of dit aanbod wordt verzorgd door een vereniging, stichting, commerciële of maatschappelijke voetbalschool, onderwijsinstelling of andere aanbieder. Verenigingen zijn een prachtig instrument om voetbal aan te bieden, maar niet het enige, zelfs niet als het gaat om competitievoetbal. De sportparticipatie dient leidend te zijn en zou - net als bijvoorbeeld de bezettingsgraden van voetbalvelden - in sommige delen van de stad gebaat kunnen zijn bij anders georganiseerd voetbalaanbod. De Sportraad adviseert de KNVB en de gemeente hier open voor te staan teneinde een evenwichtige spreiding van het voetbalaanbod in de stad te kunnen blijven garanderen.

4. De Sportraad adviseert de gemeente en de KNVB vernieuwing van het voetbalaanbod te stimuleren en faciliteren.

De tijd dat voetbal alleen gespeeld kon worden door tweeëntwintig mannen negentig minuten lang in het weekend, onder leiding van een bondsscheidsrechter in competitieverband is allang voorbij. De huidige communicatiemogelijkheden maken in combinatie met veranderende sportbehoeften de vereniging en de bond steeds minder een noodzakelijke schakel tussen het samenbrengen van vraag en aanbod. De vraag van de voetbalconsument is tegenwoordig bovendien een stuk diverser dan een vaste trainingsavond en een competitiewedstrijd in het weekend. Toch wordt naar smaak van de Sportraad nog te veel vastgehouden aan het bedienen van enkel competitieliefhebbers. De verenigingen en bond zouden zich meer dan nu het geval is mogen inspannen voor verbreding dan wel vernieuwing van het aanbod. Was het niet om de sportparticipatie te vergroten of de veldbezetting te verbeteren dan wel om het eigen voortbestaan te verzekeren.

“Het wachten is nog altijd op de eerste vereniging die op zondag structureel een familiesportdag organiseert”.
- Tom Berendsen, vm. medewerker Sportservice Amsterdam

Deze verbreding van het aanbod begint bij de volledige acceptatie van het meisjesvoetbal. Dit klinkt wellicht voor de hand liggend, maar het is nog maar enkele maanden geleden dat ook in Amsterdam vrouwen nog gewoon formeel konden worden geweerd op een voetbalvereniging. En hoewel dit nu ook voorgoed verleden tijd lijkt, hangt het meisjesvoetbal er bij de meeste verenigingen nog altijd maar een beetje bij. Dit dient te veranderen. Bijvoorbeeld door gelijke behandeling bij de instroom van jeugdleden te hanteren en rekening te houden met specifieke wensen of behoeften onder meisjes en vrouwen. Denk daarbij onder meer aan wedstrijdvormen met kleinere teams op een half veld zodat al snel voldoende meisjes als lid zijn aangemeld om samen een team te vormen. Het gaat echter nog verder. De (amateur)voetbalwereld is een overwegend old boys network, waar vrouwen zeker in de besturen zwaar ondervertegenwoordigd zijn. Niet alleen blijft zo de helft van het vrijwilligerspotentieel onbenut, ook remt het veranderingen op en om het veld. De aanwezigheid van vrouwen en meisjes heeft een positieve invloed op de dynamiek binnen een vereniging wat de sfeer en cultuur op de club structureel ten goede komt.

De vernieuwing is deels dienend aan de verbreding. Specifieke doelgroepen als senioren, basisschoolkinderen of de drukke dertigers hebben allen verschillende voorkeuren voor de wijze waarop het spelletje gespeeld wordt, waar het gespeeld wordt, wanneer en in welk verband. Om daaraan tegemoet te komen volstaat het niet slechts de bestaande leden te bedienen, maar kan ook afwijkend aanbod worden ontwikkeld waarmee vraaggericht wordt ingespeeld op behoeften van nieuwe doelgroepen. Omdat dit zowel de sportparticipatie als de veldbezetting ten goede komt dient de gemeente dit te stimuleren. Hierbij zijn verenigingen niet langer de enige partner. Andersoortige organisaties als (commerciële) voetbalscholen, fiveaside aanbieders of initiatieven van buurtbewoners zijn in opkomst en verdienen evengoed waardering en ondersteuning. Door gemeentelijke sportaccommodaties ook te verhuren aan dergelijke partijen zullen sneller allerlei vormen van anders georganiseerd voetbalaanbod ontstaan waarmee nieuwe groepen worden bereikt. Tot slot zal vernieuwing van het aanbod ook gevolgen hebben voor de inrichting van sportparken. Nieuwe spelvormen kunnen immers leiden tot andere accommodatiebehoeften. Naast het stimuleren van vernieuwing zal de gemeente dus ook aandacht moeten hebben voor het faciliteren van deze vernieuwing.

SPORTRAAD AMSTERDAM

mr. drs. R.D. Geerlings, M.U. Coronel
Voorzitter, Voorzitter werkgroep amateurvoetbal

Voetnoten

  1. Fysiek en verbaal geweld in de sport; VeiligheidNL (2013) ↩

  2. Het Parool: Hockey in Amsterdam barst uit zijn voegen, 07 april 2014. ↩

  3. Per juli 2013. ↩

  4. Het Amsterdamse voorzittersoverleg, 1 februari 2013 ↩

  5. In een steeds complexere samenleving lijkt er een aanzienlijke behoefte voor personen en families naar de betrekkelijke eenvoud en overzichtelijkheid van de omgeving, organisatie en saamhorigheid van de sportvereniging of andersoortige sportclubverbanden. ↩

  6. Een combinatiefunctionaris vormt de schakel tussen school en sportvereniging met als doel het sport- en beweegaanbod van beide beter op elkaar af te stemmen. Sinds 2012 heten combinatiefunctionarissen ook wel buurtsportcoaches. ↩

  7. Dit ter beoordeling van de bond en de gemeente. ↩

Dit is de integrale tekst van het advies, overgenomen uit de PDF. Alleen de opmaak is aangepast voor het lezen op het scherm.

Praat mee

Heb je een tip of idee voor een advies?

De Sportraad luistert naar de stad. Is je iets opgevallen, of heb je een vraag of tip? Stuur ons gewoon even een bericht.