Accommodaties & zwemwater

Advies Bijzondere Subsidieverordening Verenigingsaccommodaties

Advies Bijzondere Subsidieverordening Verenigingsaccommodaties

De Sportraad beoordeelt op verzoek van DMO de voorgestelde wijzigingen in de eenderde-regeling voor verenigingsaccommodaties en toetst deze artikelsgewijs aan doel en uitvoerbaarheid.

De Sportraad is door DMO gevraagd advies uit te brengen over de aanpassing van de Bijzondere Subsidieverordening Verenigingsaccommodaties, in de Amsterdamse sportwereld bekend als de “eenderde-regeling”.

De kern

Het advies bevat eerst algemene opmerkingen over de doelstellingen en de inhoud van de voorgestelde wijziging, waarna de verordening artikelsgewijs wordt besproken.

Ons advies

De Sportraad toetst de wijzigingen aan doel en uitvoerbaarheid en doet per artikel gerichte opmerkingen. De volledige beoordeling en aanbevelingen staan in het bijgevoegde advies. Het onderwerp hangt samen met eerdere adviezen over sportaccommodaties en wachtlijsten binnen dezelfde regeling.

Het volledige advies

8 min leestijd 5 pagina's

Advies Bijzondere Subsidieverordening Verenigingsaccommodaties

Advies inzake de Bijzondere Subsidieverordening Verenigingsaccommodaties

1. Inleiding

Per brief van 29 juli 2009 heeft DMO de Sportraad gevraagd advies uit te brengen over het door DMO, kenm. 09/11551, steller Steven Veenendaal, opgestelde Concept inzake aanpassing van de Bijzondere Subsidieverordening Verenigingsaccommodaties. In de Amsterdamse sportwereld is de subsidieverordening algemeen bekend onder de naam eenderde-regeling. In onderstaand advies heeft de Sportraad er voor gekozen eerst een aantal algemene opmerkingen over doel en inhoud van de wijziging van de verordening te maken, waarna de concepttekst per artikel wordt besproken.

2. Algemene opmerkingen

De Sportraad neemt allereerst met instemming kennis van de volgende wijzigingen:

  • De gewijzigde grondslag voor het vaststellen van de subsidie, te weten het aantal leden van de sportvereniging in plaats van het aantal velden (buitensporten) c.q. het aantal boten (watersporten). Deze gewijzigde grondslag doet meer recht aan de hoofddoelstelling van het Amsterdamse sportbeleid, te weten zoveel mogelijk Amsterdammers een leven lang te laten sporten.
  • De inschakeling van het Instituut voor Sport Accommodaties (ISA) voor het verkrijgen van een goedkeurende verklaring voor de (nieuw)bouwplannen van de subsidieaanvrager. Dit bevordert een betere beoordeling van de haalbaarheid van de plannen en ontslaat de subsidieverstrekker van de plicht om elke aanvraag op haar bouwkundige merites te (doen) beoordelen. Wel dringt de Sportraad aan op het maken van een prijsafspraak met het ISA omtrent een te standaardiseren verklaring zoals bedoeld in de verordening. Tevens is het nog onduidelijk of het ISA na oplevering ook nog komt controleren of het plan op de juiste manier in de praktijk is uitgevoerd en welke kosten hieraan zijn verbonden.
  • De gelijkschakeling tussen buiten- en watersportverenigingen.

Voorts adviseert de Sportraad om de volgende overwegingen mee te nemen bij het vaststellen van de definitieve verordening:

  • Leesbaarheid Gelet op de belangrijke doelstelling om de verordening te vereenvoudigen voor de gebruikers – de Amsterdamse sportverenigingen – adviseert de Sportraad u met nadruk om veel aandacht te besteden aan een in helder Nederlands geschreven verordening en toelichting. De Sportraad heeft begrip voor het belang van een correcte juridische formulering, maar is van mening dat dit niet hoeft te leiden tot een voor de gebruiker onbegrijpelijke verordening en toelichting. In aanvulling op de verordening adviseert de Sportraad een stappenplan op te stellen evenals een korte maar krachtige invulinstructie voor het, nog te ontwikkelen, aanvraagformulier.
  • Bevoegdheid In de begeleidende brief wordt gesteld dat de directeur DMO gemandateerd is voor de 1/3 regeling en dat dit de snelheid van de procedure bevordert. De Sportraad juicht dit toe, maar is van mening dat deze mandatering onvoldoende blijkt uit de concepttekst. Daarom adviseren wij een bepaling op te nemen waarin het college haar bevoegdheid mandateert aan de directeur DMO. In de rest van de verordening kan het college dan vervangen worden door directeur DMO, wat de helderheid ten goede komt.
  • Procedure De Sportraad is blij met het voornemen van DMO om de procedure in eenvoudige stappen via de website te communiceren. Niettemin zijn wij van mening dat de procedure eveneens in de verordening stapsgewijs moet worden omschreven en wel op dergelijke wijze dat de aanvrager voortdurend weet in welke fase van het proces hij zich bevindt en wat van hem op dat moment verwacht wordt (zie onder meer de opmerkingen bij artikel 5).
  • Verantwoordelijkheid In aanvulling op de vorige opmerking acht de Sportraad het van belang dat in de verordening eveneens per stap helder is omschreven welke partij (DMO, ISA, SFBSA) op dat moment verantwoordelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.
  • Fusiestimuleringsregeling Incorporatie van de fusiestimuleringsregeling in de onderhavige verordening heeft – gelet op het geringe gebruik dat van eerstgenoemde wordt gemaakt – in principe instemming van de Sportraad. Hoewel de brief stelt dat de fusiestimuleringsregeling in de nieuwe verordening wordt ingepast, wijst niets in de concepttekst hierop. Uitgaande van artikel 7 van de nieuwe verordening is het voor twee verenigingen zelfs gunstiger om ieder afzonderlijk een subsidie aan te vragen dan gezamenlijk. Immers, twee verenigingen van beide 250 leden komen afzonderlijk in aanmerking voor ieder €125.000 subsidie. Indien zij eerst fuseren en daarna een subsidie aanvragen ontvangen zij gezamenlijk nog maximaal €125.000. Daarnaast komen kleinere uitgaven als promotiekosten, notariskosten, verhuiskosten etc, die eerder nog via de fusiestimuleringsregeling konden worden gedeclareerd, in het geheel te vervallen. Tot slot wordt nergens rekening gehouden met fusiekosten bij zaalsportverenigingen en sportverenigingen die niet beschikken over een accommodatie in eigen beheer. De Sportraad is van mening dat hierdoor een verkeerd signaal over de wenselijkheid van fusies wordt uitgezonden. Temeer daar in het Sportplan de ambitie wordt uitgesproken grote, sterke sportverenigingen te stimuleren. De Sportraad adviseert nadrukkelijk om een alternatief te zoeken voor de fusiestimuleringsregeling en dit uitvoerig te communiceren.
  • Tendersysteem Met betrekking tot de verdelingsmethodiek van de beschikbare gelden merkt de Sportraad op dat kennelijk gekozen is voor de methode “ wie het eerst komt, die het eerst maalt”. Gelet op de in de brief van 29 juli jl. gememoreerde aanleiding voor de aanpassing van de verordening – realisatie van de ambities uit het sportplan – is de Sportraad van mening dat een tendersysteem wellicht tot groter rendement leidt. Immers door de aanvragen allemaal op een bepaald tijdstip te laten inleveren kunnen ze onderling vergeleken worden naar de mate waarin de ingediende projecten bijdragen aan de realisatie van de ambities uit het sportplan. Uiteraard dient dan ook te worden opgenomen wat er met de aanvragen gebeurt die in een bepaalde beoordelingsronde niet worden gehonoreerd (zie ook de opmerking bij artikel 4).

3. Opmerkingen per artikel

Meer in het bijzonder merkt de Sportraad naar aanleiding van de Conceptversie d.d. 7 juli 2009 van de “Bijzondere subsidieverordening voor (aanpassing aan) verenigingsaccommodaties” het volgende op:

Artikel 1 Begripsomschrijving

  • e. Toebehoren Is deze opsomming limitatief? Is de scheidslijn tussen materiaal en accommodaties hiermee voldoende helder gedefinieerd?
  • f. Zelfwerkzaamheid Dit kan veel eenvoudiger en begrijpelijker worden omschreven.
  • g. SFBSA Het merendeel van deze tekst betreft de taakomschrijving van de SFBSA, en niet de begripsomschrijving.

Artikel 2 Doel verordening

De gekozen formulering draagt niet bij tot een beter begrip van waar de verordening nu precies voor bedoeld is. Zolang de te subsidiëren activiteiten helder en eenduidig worden omschreven is naar het oordeel van de Sportraad een aparte doelomschrijving ook overbodig. Wordt de voorkeur gegeven aan het handhaven van een doelomschrijving van de verordening, dan stellen wij de volgende tekst voor:

Het doel van de regeling is om buiten- en watersportverenigingen in Amsterdam met een accommodatie in eigen beheer te stimuleren deze in stand te houden, op te waarderen, en/of om nieuwe voorzieningen te realiseren.

Artikel 3 Subsidie en garantstelling

De Sportraad acht de omschrijving van de te subsidiëren activiteiten – daar draait het uiteindelijk om - één van de meest wezenlijke onderdelen van de verordening. Het verdient daarom aanbeveling de hoofdstuktitel te wijzigen in Te subsidiëren activiteiten. De garantstelling kan hier vermeld worden maar hoeft niet in de titel.

  • 1.a. De gehanteerde omschrijving van de te subsidiëren activiteiten heeft de instemming van de Sportraad.
  • 1.b. Het begrip toplaag dient te worden opgenomen in artikel 1.
  • 1.c. De kans bestaat dat er verwarring ontstaat over het onderscheid tussen de term lichtinstallaties uit dit artikel en de term lichtmasten uit artikel 1.e. Indien hiermee hetzelfde wordt bedoeld is het bovendien mogelijk een subsidie voor lichtmasten/installaties aan te vragen op basis van zowel artikel 3.1.a. als artikel 3.1.c. De bijbehorende termijnen komen dan niet meer overeen. Hetzelfde geldt voor kunstgrasvelden (artikel 1.b) die in de begripsomschrijving ook als toebehoren worden aangeduid.
  • 2. Welke procedure dient de subsidieaanvrager te doorlopen om in aanmerking te kunnen komen voor de garantstelling voor rente en aflossing op een door een bank verstrekte lening?
  • 3. De Sportraad vraagt zich af welk doel dit lid dient, aangezien beide voorwaarden eveneens zijn opgenomen in artikel 8. Weigeringsgronden.

Artikel 4 Subsidieplafond

Hoewel de Sportraad op de hoogte is van het feit dat het subsidieplafond de afgelopen jaren niet is bereikt, adviseert het niettemin rekening te houden met een toename van aanvragen en een passage op te nemen waarin is vastgelegd welk beleid wordt gehanteerd bij subsidieaanvragen die niet binnen het budget passen.

Artikel 5 Subsidieaanvraag

  • 1. Bij wie/welke instantie (adres en contactpersoon) kan de aanvraag worden ingediend? De Sportraad ziet graag dat de informatie die wordt gevraagd in artikel 2:1 ASA 2004 in het stappenplan wordt uitgeschreven en waar nodig geconcretiseerd.
  • 2.d. De Sportraad haakt aan bij de voorwaarde, de sportbond een verklaring te laten afgeven betreffende het geregistreerde ledental. Onder sportbonden vindt echter nog geen uniforme wijze van ledenregistratie plaats, dit verdient aandacht van de subsidieverstrekker. De uitsplitsing naar jeugd en senioren is essentieel voor de subsidieverstrekker om een waarheidsgetrouw beeld te verkrijgen van de situatie bij de subsidie aanvrager. De Sportraad wil daarbij wel benadrukken dat gezien de aard van sommige sporten, niet alle verenigingen in hun levenskracht afhankelijk zijn van juniorleden.
  • 4. Het begrip fusievereniging dient te worden opgenomen in artikel 1. Om de consistentie van de verordening te bevorderen is het logischer om clubs hier te vervangen door verenigingen.

Artikel 7 Hoogte subsidie

  • 1. Is het in bijzondere gevallen wenselijk om gemotiveerd af te kunnen wijken van de maximumbijdrage en deze te verhogen?
  • 3. Onduidelijk is over welke sporten het hier gaat. De formulering roept alleen maar meer vraagtekens op. Waarom kan er geen categorie 0-150 leden worden opgenomen in artikel 7.1 met eventueel een flink lagere staffel? Indien beleidsmatig toch gekozen wordt om de mogelijkheid tot afwijking te handhaven dan adviseert de Sportraad een algemene hardheidsclausule in de verordening op te nemen. Het college kan op grond van de hardheidsclausule gemotiveerd van de verordening afwijken, indien de toepassing van de verordening leidt tot kennelijke onredelijkheid of tot situaties waarmee geen redelijk doel is gediend.
  • 4. Is het ook mogelijk om een subsidie van minder dan eenderde deel van de werkelijke kosten te krijgen en welke overwegingen liggen hieraan ten grondslag?
  • 5. Idem

Artikel 8 Weigeringgronden

De Sportraad vraag zich af of het in bijzondere gevallen wenselijk is om gemotiveerd af te kunnen wijken van de weigeringsgronden, bijvoorbeeld als een aanvrager niet in staat blijkt zijn deel van de investeringskosten bijeen te krijgen. Dient hiervoor een passage te worden opgenomen?

  • c. De Sportraad vraagt zich af hoe de in de brief van 29 juli als eerste genoemde aanleiding tot het bijstellen van de verordening, het vergroten van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de clubgebouwen van verenigingen, zich verhoudt tot de in art 8, ad c genoemde weigeringsgrond.

Artikel 9

De Sportraad acht het consequent ook dit artikel een titel te gunnen.

  • 2. Het is de Sportraad niet duidelijk op welk moment de aanvrager dergelijke vergunningen moet kunnen overleggen. Is dit pas noodzakelijk voordat de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten een aanvang neemt of reeds bij de subsidieaanvraag?

Artikel 10 Aanvraag

De Sportraad stelt voor de titel van dit artikel te wijzigen in Vaststelling van de subsidie.

Deze tekst is met tekstherkenning overgenomen van het originele advies.

Praat mee

Heb je een tip of idee voor een advies?

De Sportraad luistert naar de stad. Is je iets opgevallen, of heb je een vraag of tip? Stuur ons gewoon even een bericht.