Naar een sportieve metropool
Nu Amsterdam fors verdicht, moeten sportaccommodaties en een ruimtelijke sportnorm integraal onderdeel zijn van de stedenbouw en niet achteraf worden ingepast.
In het kort
- Maak sportaccommodaties integraal onderdeel van stedenbouwkundige plannen.
- Veranker een ruimtelijke sportnorm in de stedelijke ontwikkeling.
- Pas sport niet achteraf in, maar plan het vanaf het begin mee.
Dit advies gaat over de balans tussen stadsverdichting en sportvoorzieningen. Amsterdam plant tot 2040 zo’n 70.000 nieuwe woningen, wat extra druk op ruimte en voorzieningen legt.
De kern
Amsterdam wil zich ontwikkelen tot metropool met behoud van zijn karakter, gastvrij, duurzaam en recreatief. Uitbreidingslocaties zoals IJburg laten zien dat meer bewoners op dezelfde ruimte een zorgvuldige integratie van sportfaciliteiten vergen.
Ons advies
Sportaccommodaties en -planning, geborgd via een ruimtelijke sportnorm, moeten integraal onderdeel zijn van stedenbouwkundige ontwikkelingen en niet achteraf worden ingepast. Dit uitgangspunt kreeg later navolging in vervolgadviezen over onder meer IJburg en het Schinkelkwartier.
Het volledige advies
Naar een Sportieve Metropool: Ruimtelijke borging van sportieve beweging in Amsterdam
Aan: C. Gehrels, Wethouder Sport; M. van Poelgeest, Wethouder Ruimtelijke Ordening
Datum: 5 juni 2009
Geachte Wethouders,
Het is mij een genoegen u het advies “Naar een Sportieve Metropool” van de Sportraad Amsterdam aan te bieden.
Amsterdam heeft met het vaststellen van het Sportplan 2009-2012 sport in het hart van de samenleving geplaatst. De collegebrede steun voor dit plan toont - tot tevredenheid van de Sportraad - aan dat het maatschappelijk belang van sport door vele andere politieke beleidsterreinen wordt erkend. Een goed voorbeeld hiervan is de opname van een Olympische pijler in de notitie “De pijlers voor de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam”. De Sportraad ondersteunt de ambities uit zowel het Sportplan als de pijlernotitie, maar is van mening dat de input voor de verdere uitwerking vooralsnog ontbreekt. Met het advies “Naar een Sportieve Metropool” doet de Sportraad een voorstel voor de structurele borging van sportieve belangen in de ruimtelijke ontwikkeling.
Het streven van Amsterdam naar kernstad van een metropool leidt tot verdichting en vereist optimalisatie van het ruimtegebruik. Tegelijkertijd heeft het stadsbestuur de wens uitgesproken om Amsterdam verder te ontwikkelen als een gezonde en sportieve stad, met de organisatie van de Olympische Spelen in 2028 als het ultieme doel. De Sportraad is blij met deze ontwikkelingen, maar maakt zich zorgen over de wijze waarop sportieve belangen in de vertaling naar de ruimtelijke inrichting gewaarborgd worden.
Volgens de Sportraad is de huidige situatie op IJburg hiervoor illustratief. Terwijl er momenteel ruim 13.000 Amsterdammers wonen, kent IJburg een ernstig tekort aan sportvoorzieningen en staat er een enorme druk op de schaarse beschikbare openbare ruimte. Bovendien zijn de bestaande plannen voor sportvoorzieningen in de tweede fase ontoereikend om het totaal aantal voorzieningen naar het vereiste niveau te tillen. Alle sportieve en sociale ambities van Amsterdam ten spijt, groeit er op IJburg momenteel een generatie kinderen op die niet danwel beperkt kunnen sporten en bewegen.
Dit heeft de Sportraad er toe gebracht u de volgende algemene aanbevelingen te doen:
- a. Een krachtig politiek signaal is nodig om de sector sport vroegtijdig en structureel te betrekken bij de verdere ontwikkeling van de structuurvisie ruimtelijke ontwikkeling.
- b. Een ruimtelijke vertaling van de sportieve doelstellingen uit het Sportplan is noodzakelijk.
- c. Het sportaccommodatieplan 2006 dient geactualiseerd te worden waarbij onder meer rekening wordt gehouden met gewijzigde behoeften en uiteenlopende kwaliteitskenmerken.
- d. Het verdient aanbeveling dat het geactualiseerde sportaccommodatieplan wordt voorzien van een uitgeschreven advies en onderbouwing van de implicaties van de overschotten en tekorten voor het gemeentelijk sportaccommodatiebeleid.
- e. Het opstarten van een interdisciplinaire denktank over vernieuwing in de sport die de uiteenlopende beleidsvelden met elkaar verbindt.
Specifiek gericht op IJburg doet de Sportraad u de volgende aanbevelingen:
- a. De instelling van een werkgroep van stakeholders die samen met stadsdeel Zeeburg een planmatige her-inrichting van het Theo van Goghpark bewerkstelligen waarbij sportief en recreatief gebruik naast elkaar geaccommodeerd wordt.
- b. Het versneld aanleggen van sportvelden, waarbij kaderafspraken worden ontwikkeld voor het (recreatief) medegebruik.
- c. Het versneld toestaan van een tijdelijke zwemvoorziening.
- d. De sector sport onmiddellijk betrekken bij de uitwerking van het bestemmingsplan tweede fase om de verwezenlijking van sportvoorzieningen en een sportieve inrichting van de openbare ruimte te waarborgen.
Voor een uitgebreide toelichting op de aanbevelingen verwijs ik hierbij naar het gevoegde volledige advies “Naar een Sportieve Metropool”.
Hoogachtend,
R.D. Geerlings Voorzitter SPORTRAAD AMSTERDAM
Naar een Sportieve Metropool
Ruimtelijke borging van sportieve beweging in Amsterdam
1. Aanleiding en vraagstelling
Ruimtelijke toekomstplannen
Amsterdam is bezig met de voorbereidingen voor een structuurvisie 2010-2020. Centraal staat de ontwikkeling tot metropool met Amsterdam als kernstad. IJburg is de laatste uitbreidingslocatie van Amsterdam. De stad heeft als ambitie om de woningvoorraad tot 2030 met 70.000 woningen uit te breiden. De stad moet verdichten. Op hetzelfde aantal vierkante meters moeten meer bewoners gehuisvest worden, meer voorzieningen een plaats krijgen en meer activiteiten plaatsvinden. Tegelijkertijd moet het karakter van Amsterdam als gastvrij, duurzaam, recreatief, ondernemend, dienstbaar en bereikbaar versterkt worden. Voorwaar geen eenvoudige opgave. De oplossing ligt – aldus de notitie – in het optimaliseren van ruimtegebruik: multifunctioneel, meervoudig en flexibel gebruik van voorzieningen.1 Sport en beweging worden ingepast in bredere – deels nog te ontwikkelen – concepten. Monofunctionele sportvoorzieningen hebben geen prioriteit. Bestaande sportparken moeten worden geoptimaliseerd en ruimte bieden voor recreatief medegebruik.
Sociale beleidsplannen
Binnen deze ruimtelijke toekomstvisie hecht het stadsbestuur veel waarde aan de sociale ontwikkeling van Amsterdam. Zowel het programma-akkoord “Kinderen Eerst” als het “Sportplan 2009-2012” onderstreept deze ambitie. Zo moet in het Amsterdam van de toekomst meer, en door meer mensen dan nu het geval is, gesport worden. Kinderen zijn daarbij een belangrijke doelgroep. Sport is niet alleen een bron van plezier, maar ook een belangrijk vehikel voor gezondheid, sociale cohesie en economische groei. Voor meer sporters en meer bewegen is echter ook ruimte nodig. Zolang een ruimtelijke vertaalslag ontbreekt, komen belangrijke sociale functies als sporten en bewegen in een verder dichtgroeiende stad in de verdrukking.
Sportplan en ruimte voor sport
Door ‘ruimte en infrastructuur’ op te nemen als één van de vijf sterpunten doet het Sportplan recht aan het belang van deze beleidsterreinen voor de realisatie van de doelstellingen. Tegelijkertijd ontbreekt een gedegen ruimtelijke onderbouwing van de hoofddoelstelling - meer sporten en bewegen. Dit is door de Sportraad eerder al als zorgelijk aangemerkt.2 Daarnaast is aan andere in het Sportplan aangekondigde ruimtelijke relevante acties nog geen gevolg gegeven. Het huidige accommodatieplan (2006) is nog niet geactualiseerd en met de instelling van een stimuleringsfonds voor de sportieve inrichting van de openbare ruimte is geen begin gemaakt. Ook de doelstelling meer bewegen in en rond scholen heeft nog geen adequaat ruimtelijk eisenpakket opgeleverd.
De Sportraad constateert dat Amsterdam bezig is met een opdracht tot verdere verdichting, waarbij de mogelijkheden voor sporten en bewegen onvoldoende zijn veilig gesteld. Daarom komt de Sportraad nu met een vervolgadvies dat als vraagstelling heeft: hoe kan nu en in de toekomst voldoende ruimte voor sporten en bewegen in Amsterdam veilig gesteld worden? Deze vraagstelling heeft betrekking op de breedtesport en zal in dit advies in twee gedeelten aan de orde komen. Ten eerste op het niveau van de hele stad Amsterdam. Ten tweede toegespitst op de wijk IJburg.
2. Sport als noodzaak en als kans voor Amsterdam
In Amsterdam is er gelukkig een algemeen besef dat sporten en bewegen belangrijk is. De intenties van het sportplan zijn door de gemeenteraad breed onderschreven. Maar in het sportplan worden slechts zachte eisen gesteld als het gaat om de benodigde vierkante meters. De doelstelling om meer mensen aan het sporten te krijgen kan echter zonder een adequate ruimtelijke vertaling niet gerealiseerd worden. Bewegingsarmoede van kinderen kan niet worden bestreden zonder de benodigde ruimte te reserveren om buiten te spelen, te sporten en zich zelfstandig te verplaatsen.
Vierkante meters voor sport zijn nu geen keiharde voorwaarden in de planontwikkeling. Tegelijkertijd zien we dat de stad steeds voller bebouwd gaat worden. Nu al zijn tal van schoolpleinen bebouwd met opvangvoorzieningen, zijn trapveldjes opgeofferd voor bouwlocaties en ondergaan sportvelden een functieverandering of worden niet aangelegd. Vrijwel alle stadsdelen kampen met tekorten aan velden en zaalruimten, ongeschikte accommodaties en een gebrek aan kwaliteit van de bestaande sportinfrastructuur. Ter illustratie van deze problematiek heeft de Sportraad een Quickscan (bijlage) uitgevoerd onder de stadsdelen. De uitkomsten zijn echter, net als bij recente vergelijkbare onderzoeken, volledig gebaseerd op ambtelijk of door de bonden geregistreerde tekorten. Deze achterhaalde meetsystematiek registreert de problematiek vanuit een eenzijdig perspectief en schetst dientengevolge een onvolledig beeld van de daadwerkelijke tekorten.
Het sportaccommodatieplan (2006) is in dit opzicht illustratief. Het schetst slechts een globaal beeld, waarbij kwaliteit, locatie en bereikbaarheid van de sportvoorzieningen niet zijn meegenomen. Dat leidt er toe dat op het niveau van de stad Amsterdam nauwelijks tekorten worden gesignaleerd waar die lokaal wel degelijk aanwezig zijn. Bovendien wordt geen aandacht besteed aan de gevolgen van andere recente beleidsontwikkelingen. Zo neemt de behoefte aan sportaccommodaties door de herinvoering van bewegingsonderwijs in het mbo toe en groeit de vraag naar ‘schoolsport’ door de brede school. De gebruikte normen laten een gedateerd beeld zien van de bestaande ruimtelijke behoeften voor sport en bewegen en zijn niet toepasbaar op ongebonden sporten. Daar komt bij dat waar in de sociale sector (o.a. in het sportplan) gewerkt wordt met doelgroepen (van allochtone vrouwen tot peuters en bejaarden) dat in de ruimtelijke ordeningspraktijk minder gebruikelijk is. In ruimtelijke plannen wordt in algemene zin gesproken over bewoners, als er al een sociale paragraaf is opgenomen. Dit alles bemoeilijkt niet alleen de communicatie tussen de sociale en de ruimtelijke sector, het heeft ook tot gevolg dat specifieke behoeften van doelgroepen geen ruimtelijke vertaling krijgen.
Ondertussen blijkt steeds weer dat voor het realiseren van een leefbare stad het stapelen van stenen niet genoeg is. Nieuwe wijken worden kort na oplevering geconfronteerd met de vraag waar kinderen kunnen spelen en bewoners kunnen sporten. Als daar geen antwoord op komt, kunnen wijken gemakkelijk in een negatieve spiraal terechtkomen van overlast en vandalisme. Het herstructureren van bestaande wijken heeft ons geleerd dat het simpel opknappen van woningen niet voldoende is om een ‘prachtwijk’ te worden. Kortom: sociale doelstelling rond sporten en bewegen hebben een ruimtelijke vertaling nodig. De urgentie hiervan is groot.
Sportief bewegen als noodzaak
Het ontwikkelen van eigentijdse normen voor sport en bewegen is noodzakelijk. De Sportraad acht het van belang dat dit uitgangspunt politiek onderschreven wordt. Harde normen voor het reserveren van sportieve- en bewegingsruimte zijn hierbij essentieel. Ook gezien de ruimtelijke ambitie van het Olympisch Plan 2028. Bovendien moeten er naast normen voor bestaande sporten ook normen komen voor sportieve ruimten in en bij scholen en opvangfaciliteiten. Deze normen behelzen niet alleen vierkante meters, maar ook kwaliteitskenmerken waaronder de locatie en bereikbaarheid. In het licht van de opdracht tot verdichting zijn integratie van functies, zoals sportvoorzieningen en kinderopvang, en vormen van medegebruik van sportvoorzieningen door andere dan de traditionele sportverenigingen gewenst.
Sportief bewegen als kans
In het verlengde van het Sportplan en de discussies binnen de gemeente ziet de Sportraad kansen voor het integreren van sportief bewegen in nieuw te ontwikkelen vrijetijdsmilieus. De vormgeving van vrijetijdsmilieus staat nog in de kinderschoenen maar biedt daardoor kansen om sociaal en ruimtelijk beleid gezamenlijk te laten optrekken. De inrichting van een sportieve openbare ruimte kan hieronder geschaard worden.
Dit alles leidt tot de volgende aanbevelingen:
- a. De Sportraad vindt een krachtig politiek signaal noodzakelijk dat pleit voor het vroegtijdig en structureel betrekken van de sector sport bij de verdere ontwikkeling van de structuurvisie ruimtelijke ontwikkeling.
- b. De Sportraad acht het van belang dat de ruimtelijke vertaling van de sportieve doelstellingen uit het Sportplan alsnog gestalte krijgt.
- c. Daarbij houdt de Sportraad vast aan het eerdere advies over de noodzakelijke actualisatie van het sportaccommodatieplan. Naast de behoefte aan sportvelden en indooraccommodaties dient ook de behoefte aan buitenruimten bij scholen en opvangvoorzieningen en de eventuele behoefte van ongebonden sporten in kaart gebracht te worden. Het geactualiseerde accommodatieplan omvat behalve vierkante meter normen ook locatie-eisen en andere kwaliteitskenmerken.
- d. De Sportraad is van oordeel dat het geactualiseerde sportaccommodatieplan niet alleen mag bestaan uit een tabellenrapport van overschotten en tekorten, maar ook voorzien dient te worden van een uitgeschreven advies en onderbouwing van de implicaties van de overschotten en tekorten voor het gemeentelijk sportaccommodatiebeleid.
- e. De Sportraad deelt de ambitie van het Sportplan om de sport in het midden van het beleid te plaatsen en te verbinden met andere beleidsvelden en vraagt in het verlengde hiervan om het opstarten van een interdisciplinaire denktank over vernieuwing in de sport.
3. Laboratorium IJburg
IJburg kent een ernstig tekort aan sportvoorzieningen Op dit moment wonen ruim 13.000 mensen op IJburg, onder wie voor Amsterdamse begrippen heel veel kinderen.3 De eerste fase van IJburg staat volop in de steigers; de tweede fase is in ontwikkeling, maar zal veel later gerealiseerd worden dan aanvankelijk gepland. Volgens het Sportaccommodatieplan 2006 is voor IJburg vereist:
- 9 kunstgrasvelden
- 3 hockey velden
- 22 tennisbanen plus hal
- 1 korfbalveld
- 2 sporthallen en een sportzaal
- 1 overdekt zwembad4
Om allerlei redenen is tot nu toe slechts één tijdelijke sporthal uit bovenstaand rijtje gerealiseerd. Bovendien zijn de geplande sportvoorzieningen voor de tweede fase ontoereikend om aan bovenstaande eisen te kunnen voldoen, laat staan om de bestaande tekorten in IJburg en andere stadsdelen te compenseren. De summiere aandacht die ten slotte in het bestemmingsplan tweede fase aan sport wordt besteed biedt in dit opzicht weinig reden tot optimisme.
De Sportraad constateert dat op IJburg een generatie kinderen opgroeit die hier niet kunnen voetballen (competitie), tennissen of simpelweg zwemles kunnen volgen. De motorische ontwikkeling van kinderen wordt weinig gestimuleerd. Basisscholen zijn niet of nog niet uitgerust met gymlokalen en schoolpleinen zijn krap bemeten of afwezig. IJburg wordt een steeds dichter bebouwde wijk waar de druk op de schaarse openbare ruimte groot is. Speelplekken en trapveldjes zijn schaars, tijdelijk, ongelukkig gesitueerd (overlast op binnenterreinen) en van een te geringe omvang. Van een geslaagde sportieve inrichting van de openbare ruimte is geen sprake.
Wat er op dit moment aan sport en bewegen op IJburg gebeurt, is grotendeels te danken aan de inzet van groepen bewoners. Hoewel accommodaties ontbreken, zijn er een voetbalvereniging, een hockeyvereniging, een basketbalvereniging en een tennisvereniging opgericht. Er wordt inmiddels met veel improvisatietalent gesport in het Theo van Goghpark en het Diemerpark. Omkleedaccommodaties en andere faciliteiten ontbreken. Momenteel geldt de regel: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dat zal in de huidige setting en in zomerse tijden moeilijk te handhaven zijn als naast pupillen en trainers ook andere bewoners in het park willen verblijven. De ruimtelijke inrichting van het park is niet geëquipeerd voor het huidige gebruik. Te veel wordt op basis van ad-hoc ingrijpen een noodvoorziening gerealiseerd.
De Sportraad maakt zich ernstig zorgen over de sportieve leefbaarheid van IJburg en doet de volgende aanbevelingen:
- a. De huidige druk op het Theo van Gogh park is groot. Conflicterende aanspraken op de groene ruimte leiden gemakkelijk tot botsingen tussen bewoners en sporters en tussen sporters onderling. De Sportraad adviseert de instelling van een werkgroep van stakeholders die samen met stadsdeel Zeeburg een planmatige her-inrichting van het Theo van Goghpark bewerkstelligen waarbij sportief en recreatief gebruik naast elkaar geaccommodeerd wordt.
- b. De Sportraad dringt aan op het versneld aanleggen van de sportvelden. Een situatie van verenigingen zonder accommodaties kan niet langer voortduren. Daarbij adviseert de Sportraad de gemeente om kaderafspraken te (doen) ontwikkelen voor (recreatief) medegebruik van sportaccommodaties door nieuwe groepen zoals, scholen, wijkbewoners en kinderopvang.
- c. In een waterrijke wijk is het beslist noodzakelijk dat kinderen leren zwemmen. Daarom dringt de Sportraad aan op het versneld toestaan van een tijdelijk zwemvoorziening. Zwemaccommodatie is een must, zeker als we in ogenschouw nemen dat bestaande accommodaties in omringende buurten ook met wachtlijsten kampen en de kinderpopulatie op IJburg nog steeds groeit.
- d. Bij de planning van de tweede fase voor IJburg is het van belang dat de sportieve achterstand uit de eerste fase wordt ingelopen. Dat vraagt om actie op twee fronten. Ten eerste moet in de tweede fase voorrang worden gegeven aan de verwezenlijking van sportvoorzieningen. Het is hiervoor essentieel dat de sector sport onmiddellijk wordt betrokken bij de verdere uitwerking van het bestemmingsplan. Ten tweede moet bij het ontwerpen van de openbare ruimte in de tweede fase een sportieve inrichting centraal staan. Met dit laatste is in Amsterdam nog weinig ervaring opgedaan. De Sportraad wil de tweede fase van IJburg als laboratorium gebruiken voor een pilot die de inrichting van een sportieve openbare ruimte tot doel heeft. Mogelijkheden van financiering van deze pilot liggen er onder andere in het fonds Sportieve Inrichting van de Openbare Ruimte.
De Sportraad hoopt met deze voorstellen een constructieve bijdrage te hebben geleverd aan de vormgeving van de sportieve metropool Amsterdam. Wij gaan graag met u in gesprek over de verdere uitwerking van onze adviezen.
Hoogachtend, Sportraad Amsterdam
R.D. Geerlings Voorzitter
Bijlage advies Sportraad Amsterdam: “Naar een Sportieve Metropool”
Quickscan ruimtegebrek sport
Westerpark
Tekort aan tennisvelden en hockeyvelden. Enige van die achterstanden hoopt het stadsdeel op te lossen door de geplande aanleg van 6 tennisvelden en 1 extra kunstgrasveld in het Sportpark Transformatorweg. Tevens heeft het stadsdeel een sporthal (Bredius) in de planning ter vervanging van de oude, afgebrande hal.
Zeeburg
Tekort aan tennisbanen en zwemwater. Wachtlijsten bij tennisvereniging Tiebreakers en voetbalvereniging ASV IJburg. Gebrek aan hockeyvelden op IJburg.
Vertraagde planning: Zeeburgereiland: sporthal en drie kunstgrasvoetbalvelden. Oplevering 2013. In verband met grondproblemen wordt waarschijnlijk gestart met natuurgras.
IJburg:
- Sportpark IJburg: 3 hockeyvelden en 3 voetbalvelden. Vanwege grondproblemen gaat dit niet door, er komen in 2009 twee sportvelden een trainingsveld met daarbij enkele eenvoudige voorzieningen.
- CVT (drievoudige gymzaal die ook ongedeeld te gebruiken is). Opening 2010.
- In het Ed Pelsterpark komen een Cruijff court en een skatepark. Medio 2009.
- Sporthal: Boven op het IJburgcollege + een kleine multifunctionele ruimte voor vechtsporten en dans. Oplevering 2011. Er is nu een tijdelijke sporthal.
- Basketbalveld. Openbaar veld in Theo van Goghpark, april 2009.
- Dubbele gymzaal (ook ongedeeld te gebruiken) basisschool Laterna Magica. Oplevering 2012.
- Tennisbanen: 8 of 9 tennisbanen op Rieteiland Oost gepland.
- Watersport: Steiger gereed medio 2009. De watersportvereniging heeft nu al een ledenstop.
Tweede fase:
- zwembad
- sportpark (3 voetbal- en 3 hockeyvelden)
- gymzalen (eventueel geclusterd tot sportzaal of sporthal)
Zuidoost
In 2010 Sportpark Bijlmer gereed. Waarschijnlijk is dan ook een kleine sporthal in Driemond gereed. Er zijn dan geen tekorten of wachtlijsten meer. Een probleem kan ontstaan met honkbal als Sportpark De Toekomst aan Ajax of een projectontwikkelaar ten deel valt. Na september 2010 blijft alleen de honkbalvereniging achter op De Toekomst. Voor zover er sprake is van wachtlijsten, heeft dat niet met accommodaties maar met kader te maken.
Noord
Hockey: Tekort aan hockeyvelden. Recentelijk hebben de gemeente Amsterdam en de hockeybond om de tafel geconcludeerd dat in Amsterdam een tekort is van 20 hockeyvelden. FIT heeft nu nog één grasveld, dit moet eigenlijk omgezet worden naar een kunstgrasveld. Zwembaden: Ruimtegebrek in zwembaden. Dat betekent niet dat er tekort zwemwater is, maar iedereen wil op dezelfde tijden zwemmen. Het nieuwe Floraparkbad heeft wat vertraging opgelopen, in week 14 neemt het DB een locatiebesluit. Voetbal: Voetbalverenigingen DWV, OSV en De Dijk hebben wachtlijsten (in relatie tot behoefte aan kunstgrasvelden). Behoefte aan meer kunstgrasvelden. Bij vertrek van particuliere bedrijfspanden, moeten de huurders vertrekken of elders ondergebracht worden. De schietsportvereniging en de bowlingvereniging zijn hierdoor verdwenen. Sporthal Elzenhagen en De Weeren zijn gedateerd. Hier wordt naar gekeken. Het stadsdeel heeft een Cruijff Court gekregen, wegens het grote succes komt er een tweede. Sportpark Melkweg gaat dit jaar op de schop i.v.m. nieuw Coentunnel tracée, het verdwijnt niet, er komt o.a. een kunstgrasveld voor korfbal..
Bos en Lommer
Overschot aan korfbalvelden (tijdelijk). Buitensportverenigingen hebben geen tekorten of wachtlijsten. Verenigingsaccommodaties niet op orde. Clubgebouw en kleedruimte van voetbalvereniging Sloterdijk zijn in slechte staat. Bewoners van Bos en Lommer zijn aanzienlijk minder tevreden over de sportvoorzieningen in hun eigen stadsdeel, dan bewoners van andere stadsdelen dat zijn. De volleybalvereniging heeft een ledenstop omdat er een tekort aan zaalruimte is (Blauw-wit hal) en ook aan kader. Openbare speelplekken zijn op orde.
Baarsjes
Er zijn geen sportparken en sporthallen in de Baarsjes. De zes gymnastiekzalen die er wel zijn, blijken ontoereikend. Bovendien zijn onder meer de toegankelijkheid en bereikbaarheid van deze zalen voor verbetering vatbaar. Momenteel wordt een kerk omgebouwd tot sport/gymnastiekzaal. De kwantiteit en kwaliteit van de openbare sportvoorzieningen zijn volgens onderzoek van DRO in orde. Het aantal bewoners dat zeer ontevreden is over de sportvoorzieningen in de buurt is in dit stadsdeel twee keer hoger dan het gemiddelde in Amsterdam.
Osdorp
Deze zomer verdwijnen één handbalveld en twee voetbalvelden als het MFSC gebouwd gaat worden. Dit levert geen tekort op. Hockey: Tekort aan hockeyvelden. Geen hockey op Ookmeer, weinig hockey in West. Hockeyvereniging Xenios kampt met een wachtlijst en wil uitbreiden op Sloten-West (daar is geen ruimte voor), maar wil geen dependance beginnen op Ookmeer. Voor hockey is geen extra plek op Sloten-West en ook op Ookmeer is dit niet eenvoudig tot stand te brengen in verband met het golf dat over de voetbalvelden loopt. Ook zijn er geen verenigingen die hockey op Ookmeer willen aanbieden. MFSC Ookmeer wordt gebouwd: sporthal, atletiekhal en turnhal. Start van de bouw eind 2009. Oplevering begin 2011, operationeel september 2011. De oude sporthal en atletiekhal verdwijnen (september 2011), op die plek komen parkeerplaatsen. De worstelclub zit nog steeds in het oude gebouwtje naast de sporthal. Met de kanovereniging wordt gekeken naar een andere plek op het sportpark. De openbare speelplekken zijn volgens het onderzoek van DRO (2007) van voldoende kwantiteit. De kwaliteits-normen worden echter niet gehaald doordat de accommodaties veelal verouderd zijn en niet gebruiksvriendelijk.
Oost-Watergraafsmeer
In Groot Oost is een ernstig tekort aan velden in verhouding tot de actuele groei van woningen en daardoor sporters. De druk op de sportparken in OWGM is daardoor hoog. Gelukkig is het besluit genomen om maar 3,5 veld van de 5,5 veld te bebouwen dus blijven er twee velden over voor de sport. Momenteel vindt constructief overleg plaats met DMO om het voor dit moment tekort van 1 hockeyveld in OWGM op te lossen. Daarnaast is inmiddels HC IJburg opgericht en is er een potentieel van 2.000 hockeyers dus daardoor feitelijk nu alweer 3 hockeyvelden te kort in Groot Oost.
Geuzenveld
Geuzenveld heeft 2 grote sportparken (De Eendracht en Spieringhorn), Sloterparkbad, Sporthal Aristoshal en een tenniscomplex. Door het faillissement van Turkyem spor is er ruimte over op Spieringhorn. Onderzocht wordt of de hockeyvereniging van Westerpark (die speelruimte tekort heeft) hier onder gebracht kan worden. voetbalvelden Eendracht nu matig bezet en de clubgebouwen zijn verouderd. Hier bestaan plannen voor multifunctioneel sportcentrum. Geuzenveld heeft een beperkt aantal indoor sportvoorzieningen. Het aantal openbare sport-speelplaatsen is voldoende, maar veelal verouderd en niet gebruiksvriendelijk.
Slotervaart
Gebrek aan kwaliteit van de buitensportvoorzieningen. Riekerhaven is momenteel een bouwput en Sportpark Sloten is verouderd. Gebrek aan indoorvoorzieningen (het stadsdeel heeft geen zeggenschap over gymzalen, deze zijn slecht toegankelijk voor sport). Het stadsdeel beschikt niet over een sporthal. Er is een overschot aan grasvoetbalvelden, maar daar staat tegenover dat op sommige tijdstippen tekorten zijn aan trainingsruimte voor voetbal (volgens de in het Sportaccommodatieplan gehanteerde berekening (NOC*NSF/KNVB normen) is een overschot aan voetbalvelden in de weekenden. Slechts 4 velden voor training beschikbaar (verlichting, kunstgras), dus door de week is daar een groot tekort aan). Ruimte ontbreekt voor on- of anders georganiseerde sporten op die tijden en velden terwijl daar wel behoefte aan is.
Centrum
Centrum kampt uiteraard met ruimtegebrek als het gaat om nieuwbouw. Alle voorzieningen kennen een zeer hoge bezettingsgraad en er is vrijwel geen ruimte voor nieuwe initiatieven. Het ontbreekt in centrum aan combinatie speelveldjes, iets waar onder de jeugd veel vraag naar is.
Oud West
Oud West heeft weinig sportfaciliteiten (geen sportparken, velden, zwembaden en weinig openbare speelplekken). In de omringende stadsdelen zijn wel voorzieningen. Tafeltennisclub ‘78 heeft ruimtegebrek en een wachtlijst. De tennisvereniging heeft problemen met de eigenaar van het tennispark Oud West wil het buitenschools gebruik van gymnastieklokalen inventariseren. Bij basisscholen De Kinkerhoek en de brede school wordt hier rekening mee gehouden.
Zuideramstel
Zuideramstel heeft drie sportparken waarvan vooral buitenveldert een hoge bezettingsgraad heeft. Sc Buitenveldert krijgt deze zomer drie nieuwe kunstgrasvelden, waardoor dit beter kan worden opgevangen. Diverse Hockeyverenigingen hebben aangegeven haar velden te willen uitbreiden. Ruimtelijke mogelijkheden zijn daarvoor niet aanwezig op de huidige locaties. Het stadsdeel onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor (ver)nieuw(d)e openbare speelplekken.
Zuid
Een tekort aan gymzalen (2 tot 5 stuks). Tekort aan (kunstgras)velden voor voetbal (Swift). Het stadsdeel gaat hier samen met DMO onderzoek naar doen.
Voetnoten
Deze tekst is met tekstherkenning overgenomen van het originele advies.