Advies Plan Maatschappelijke Voorzieningen Zuidas
Waarborg sport volwaardig en vroegtijdig in de gebiedsontwikkeling van de Zuidas; de sportnorm mag geen technische exercitie worden nu er 10.000 woningen bij komen.
In het kort
- Neem sport volwaardig, vroegtijdig en integraal op in de gebiedsontwikkeling.
- Voorkom dat de sportnorm een technische exercitie wordt.
- Reserveer voldoende ruimte voor sport en bewegen voor toekomstige bewoners.
De Sportraad buigt zich over het Plan Maatschappelijke Voorzieningen voor de Zuidas, waar 10.000 woningen zullen verrijzen. Hoewel het plan stelt dat maatschappelijke voorzieningen vroegtijdig worden meegenomen, is sport volgens de raad nog onvoldoende gewaarborgd.
De raad waarschuwt dat de sportnorm steeds meer verwordt tot een technische exercitie, waarbij het oorspronkelijke doel uit het oog wordt verloren. Sport moet volwaardig, vroegtijdig en integraal in de gebiedsontwikkeling worden opgenomen.
In een groeiende stad is het volgens de Sportraad essentieel dat er voldoende ruimte voor sport en bewegen wordt gereserveerd voor de toekomstige bewoners van het gebied.
Het volledige advies
Advies Plan Maatschappelijke voorzieningen Zuidas
Gemeente Amsterdam, t.a.v. wethouder Sport Simone Kukenheim
Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Amsterdam, 8 februari 2022
Geachte wethouder Kukenheim,
U heeft ons verzocht om advies uit te brengen over het ‘Plan Maatschappelijke Voorzieningen Zuidas’(PMV). Wij stellen het op prijs dat u de Sportraad betrekt bij de ontwikkelplannen voor onze stad. Helaas stelt dit plan voor de Zuidas ons niet gerust. De ruimtelijke sportopgave wordt weliswaar berekend, maar opnieuw wordt – op een vrijblijvende verwijzing naar sportpark ‘t Loopveld na - niet concreet gemaakt hoe en waar deze gerealiseerd gaat worden. Het PMV stelt in de inleiding nadrukkelijk dat voorzieningen volwaardig, vroegtijdig en integraal zullen worden meegenomen in de ontwikkeling van het gebied. Dit geldt voor de sport vooralsnog niet.
De Sportraad begrijpt dat dit geen eenvoudige opgave is, met een omvangrijke woningbouwopgave in een verdichtende stad. Ook zijn wij ons er van bewust dat de sportnorm nooit eerder zo consistent werd toegepast en daarmee borgt dat sport en bewegen structureel een plek krijgen in de ruimtelijke ontwikkelplannen. Toch lijkt de sportnorm steeds meer te verworden tot een technische exercitie, waarbij het oorspronkelijke doel van de sportnorm uit het oog wordt verloren: in een groeiende stad - ook voor toekomstige bewoners - voldoende ruimte voor sporten en bewegen te reserveren.
De Sportraad adviseert daarom onderstaande punten eerst nader uit te zoeken en toe te lichten:
De rekensom
De Zuidas is gekwalificeerd als een hoogstedelijk woonmilieu. Hiervoor geldt een buitensportnorm van 2m² per woning. De 10.000 woningen die in dit gebied voorzien zijn, vragen dus om 2 hectare aan ruimte voor buitensport. In het plan wordt nu echter een totale opgave berekend van 1,84 hectare. Oorzaak voor dit verschil lijken de 1600 studentenwoningen te zijn, die in het gebied komen en als halve woning worden meegeteld. Deze manier van berekenen is nieuw voor ons en – voor zo ver bij ons bekend - niet de afgesproken methode om de sportnorm te bepalen.
Het bestaande tekort
De Zuidas beschikt over een aantrekkelijk en gevarieerd sportareaal in de vorm van verenigingen, anders georganiseerde en commerciële sportaanbieders. Zij zijn zonder uitzondering succesvol en de meeste kunnen de huidige vraag al niet aan. Dat is niet vreemd. Zij voorzien namelijk niet alleen in de sportbehoeften van de bewoners van Zuid, maar ook in die van het Centrum en van West. Stadsdelen die allebei nauwelijks beschikken over eigen sportvoorzieningen. Aangezien het PMV ook rekening zegt te houden met bestaande tekorten (p.8), vraagt de Sportraad zich af waarom de huidige situatie bij de bestaande sportaanbieders niet in kaart is gebracht en op welke wijze de tekorten (bijvoorbeeld in de vorm van wachtlijsten) zijn meegewogen.
Geplande buitensport
In het PMV is voorlopig slechts 4.000 m² aan extra buitensportruimte terug te vinden, in de vorm van een half veldje extra op de nieuwe locatie van SC Buitenveldert. In deelgebied Parnas zou ook concreet ruimte voor sport zijn ingepland (p.28). Dit zien wij echter nergens terug. De verplaatsing en vernieuwing van sportpark Goed Genoeg betreft, hoewel zeer geslaagd, een vervangingsinvestering die geen extra ruimte voor sport en beweging oplevert. In eerdere plannen voor deelgebied Verdi werd gesuggereerd dat een aantal tennisbanen diende te verdwijnen. De Sportraad gaat ervan uit dat dit voornemen nu van de baan is.
Alles bij elkaar betekent dit dat veruit het grootste deel van de buitensportopgave buiten het ontwikkelgebied moet worden gezocht. Het PMV wijkt hiermee af van de vastgestelde Omgevingsvisie 2050. Hierin is immers afgesproken dat bij ontwikkelgebieden met meer dan 1000 woningen ten minste de helft van de totale buitensportopgave binnen de grenzen van het plangebied dient te worden gerealiseerd (p.199). In het geval van de Zuidas is dat 1 hectare. Het PMV schiet op dit punt dus vooralsnog tekort. De Sportraad verwacht dat dit met voorrang wordt recht gezet en adviseert op z’n minst een cluster van compacte buitensportvoorzieningen in het gebied te realiseren, vergelijkbaar met de (succesvolle) Kop van het Olympiaplein (10.000m2).
Amstelveen
De enige nabijgelegen locatie die in aanmerking lijkt te komen voor het ‘opvangen’ van de sportieve behoefte van de Zuidas is sportpark ’t Loopveld, in Amstelveen. Hier lijkt inderdaad ruimtewinst mogelijk door het omzetten van grasvelden naar kunstgrasvelden. Hoeveel ruimtewinst is mede afhankelijk van de huidige situatie bij de bestaande gebruikers. Het PMV zegt hier niets over. Intensivering heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de golfers van AMVJ en de cricketers van ACC. Daarnaast brengt het uitdagingen met zich mee op het gebied van bereikbaarheid. Aanpassing van toegangswegen en parkeervoorzieningen zal nodig zijn, maar – gezien de ligging (in de Hoofd groenstructuur) - ongetwijfeld ook op weerstand stuiten.
Veel belangrijker echter is dat uitwijken naar ‘t Loopveld betekent dat bewoners voor hun sportbehoeften opnieuw naar randen van de stad worden verbannen. Dit staat in schril contrast met de vele gemeentelijke beleidsplannen die het belang van sporten in de buurt onderstrepen. De gemiddelde Nederlander woont op 1,6 kilometer afstand van een sportveld. De nieuwe bewoners van de Zuidas moeten straks al snel zo’n 3,5 kilometer fietsen naar hun sportvereniging op ’t Loopveld. De Sportraad wil graag van het college weten wat zij een acceptabele afstand vindt en welke gevolgen die grotere afstanden volgens haar hebben voor de het sportgedrag en de sociale ongelijkheid in sportdeelname in onze stad.
Openbare ruimte
Op de Zuidas wonen straks niet alleen veel (jonge) kinderen, maar ook ouderen. Dat wil zeggen dat er voor alle leeftijden beweegaanleiding moet zijn, tot in de haarvaten van de openbare ruimte. Dit gaat verder dan brede stoepen en een enkele sport- en beweegaanleiding. Een beweegvriendelijke omgeving vraagt om integrale benadering die vroegtijdig wordt vorm gegeven en waarvoor voldoende budget beschikbaar wordt gesteld. Hierbij is onder meer aandacht voor voldoende groen, de sociale context en veiligheid en het programma. Hoewel de gemeente dit op beleidsniveau zegt te onderschrijven, ziet de Sportraad in de praktijk te weinig resultaat van de goede intenties. Wij roepen dan ook op professionals te betrekken die beschikken over bewezen ervaring met het inrichten van de openbare ruimte tot een beweegvriendelijke ruimte voor jong en oud. Kijk daarbij ook naar succesvolle voorbeelden uit de omgeving of uit het buitenland, zoals in Kopenhagen.
Schoolpleinen
Ook schoolpleinen vallen onder de openbare ruimte. In meerdere Amsterdamse ontwikkelgebieden zijn de laatste jaren te kleine schoolpleinen aangelegd. De landelijke richtlijnen die hiervoor gehanteerd worden schieten tekort. Zeker in grote steden als Amsterdam, waar het gemiddeld aantal leerlingen per school hoger ligt. Dit heeft tot gevolg dat de beweegruimte per leerling beperkt is en/of de buitenspeeltijd wordt ingekort. Juist omdat dubbelgebruik van deze ruimte (eerst schoolplein, daarna speelplein) heel goed mogelijk is, zouden grote schoolpleinen de standaard moeten zijn.
Binnensport
Met de vernieuwing van Sporthallen Zuid en de extra sporthal die hier bij hoort, lijkt aan de binnensportopgave te worden voldaan. Toch is ook hier de bestaande situatie niet meegewogen. De Sporthallen Zuid is een intensief gebruikte, grootstedelijke voorziening. Wij vragen ons dan ook af in hoeverre de nieuwe bewoners straks daadwerkelijk recreatief gebruik kunnen maken van deze sporthallen en of deze voorziening niet dubbel wordt toegerekend (zie ook Topsport). Tot slot maakt het PMV nog steeds niet helemaal duidelijk wat het verdwijnen van de blaashal aan de Mahlerlaan voor consequenties heeft en op welke wijze in de vervanging wordt voorzien.
Topsport
Met het iconische Olympisch Stadion om de hoek en gerenommeerde accommodaties als de Sporthallen Zuid en het Frans Otten Stadion ademt deelgebied Verdi topsport. Amsterdam zou hier nog veel meer van kunnen profiteren door het hele gebied nadrukkelijk te positioneren als een tweede basis voor TeamNL. De Olympische link spreekt tot de verbeelding en door de topsport en topsporters zichtbaar te maken kan het gebied nieuwe generaties Amsterdammers inspireren.
Uiteraard dienen de nieuwe Sporthallen Zuid dan wel te voldoen aan alle eisen die NOC*NSF hanteert voor het accrediteren van topsportlocaties. Hoewel het PMV spreekt over diverse andersoortige sportruimten voor o.a. topsport, zouden we graag zien dat dit concreet wordt gemaakt. Om de Amsterdamse TeamNL programma’s optimaal te kunnen faciliteren (en eventueel verder uit te breiden) dient zowel de kwaliteit als kwantiteit van ondersteunende voorzieningen hoog te zijn. Daarnaast gaan het optimaliseren van de bezetting en topsportbeoefening vaak niet hand in hand. De Sportraad hoort dan ook graag hoe deze twee zich tot elkaar gaan verhouden.
Participatie
Net als bij andere ontwikkelgebieden in de stad verbaast de Sportraad zich over de gebrekkige wijze waarop bestaande sportaanbieders worden betrokken bij nieuwe plannen. Dit geldt ook voor de Zuidas. Het gebied telt vele succesvolle sportaanbieders die als geen ander op de hoogte zijn van de uitdagingen en het potentieel van het gebied. Wij denken daarbij niet alleen sportverenigingen maar ook aan tal van andere relevante sportorganisaties uit de buurt, zoals bijvoorbeeld het Olympisch Stadion, de vele organisaties die hier gehuisvest zijn of de urban sporters op het Olympiaplein.
We hopen met deze aandachtspunten en gerichte vragen positief bij te kunnen dragen aan de totstandkoming van een sportieve(re) Zuidas en zien uit naar uw reactie.
Met vriendelijke groet,
drs. A.G.M. Telleman
Voorzitter SPORTRAAD AMSTERDAM
Dit is de integrale tekst van het advies, overgenomen uit de PDF. Alleen de opmaak is aangepast voor het lezen op het scherm.