Advies Sportplan
Neem het Sportplan aan: het is een goed vertrekpunt dat sport verbindt met zorg, welzijn en educatie en de centrale regierol versterkt.
In het kort
- Het plan heeft heldere doelstellingen en verbindt sport met zorg, welzijn en educatie.
- Nauwe samenwerking met stadsdelen en een sterkere centrale regierol worden gewaardeerd.
- Sport en andere beleidsterreinen kunnen elkaar wederzijds versterken.
De Sportraad beoordeelt het Sportplan als een goed vertrekpunt voor de komende jaren. De Raad waardeert de heldere doelstellingen, de verbinding met andere beleidsterreinen als zorg, welzijn en educatie, de nauwe samenwerking met de stadsdelen en de versterking van de centrale regierol.
Sport en andere beleidsgebieden kunnen elkaar volgens de Raad wederzijds versterken. Met erkenning voor de enorme inzet bij de totstandkoming adviseert de Sportraad het college het Sportplan aan te nemen: inzetten op versterking en verbreding van sport komt de hele stad ten goede.
Het volledige advies
Advies Sportplan
Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Stadhuis, Amstel 1, Amsterdam
28 maart 2008
Advies Sportraad over Sportplan
Geacht College,
De Sportraad heeft grote waardering voor de enorme inzet die heeft geleid tot het Sportplan en vooral voor de ambities die zijn neergezet. Wij zien het Sportplan als een goed vertrekpunt voor de komende jaren. De doelstellingen zijn helder en brengen de sport goed in de ‘focus’ van het Amsterdams beleid. Pluspunten zijn de verbinding met andere beleidsterreinen, de nauwe samenwerking met stadsdelen en het vergroten van de centrale regierol. Ten aanzien van de verbinding met andere beleidsterreinen is er sprake van wederkerigheid: door de sport te versterken kan deze een bijdrage leveren aan andere beleidsterreinen, zoals zorg, welzijn en educatie, en omgekeerd. Kortom, inzetten op versterking en verbreding van sport komt de hele stad ten goede. Wij adviseren het college dan ook het Sportplan aan te nemen.
Ter realisering van het Sportplan wordt aan de wethouders van belendende beleidsterreinen gevraagd om commitment en een financiële bijdrage. De Sportraad dringt er op aan de gevraagde consequenties aan het plan te verbinden.
Sport is echter ook een sector met eigen doelen, die er toe moeten leiden dat zoveel mogelijk Amsterdammers sporten. Daar is een breed scala aan sportieve faciliteiten voor nodig waar de gemeente verantwoordelijk voor is. Het Sportplan is op sommige punten nog te weinig concreet. Voor de verdere implementatie van het Sportplan is een uitwerking van onderstaande punten noodzakelijk.
Sportinfrastructuur: harde vierkante meters
In het Sportplan wordt terecht opgemerkt dat ruimte een schaars goed is in Amsterdam. Die constatering noopt tot een heldere ruimtelijke vertaling van het sportplan en een bijbehorende claim van vierkante meters voor sport en bewegen. Het valt op dat in het Sportplan veel beleidsvoornemens staan zonder een vertaling naar de vierkante meters die hiervoor nodig zijn. Het Sportplan bevat niet de beloofde actualisatie en uitbreiding van het Sportaccommodatieplan. Het wordt daarom onvoldoende duidelijk waar welke tekorten zijn of verwacht worden. Ook ontbreekt een normering aan de hand waarvan eisen naar de toekomst gesteld kunnen worden. Hoeveel ruimte voor sport moet er in nieuwe of her in te richten wijken gerealiseerd worden?
Het voornemen sporten en lichamelijke opvoeding een grotere plaats te geven in het onderwijs (basisscholen en Mbo-opleidingen) wordt door de Sportraad onderschreven. Maar ook hier geldt: het blijft in het Sportplan onduidelijk hoeveel extra accommodatie daarvoor nodig is.
Tot slot zijn ook de spreiding, de locatie en de toegankelijkheid (veilige routes) van sportvoorzieningen belangrijk. De Sportraad constateert dat sportvoorzieningen steeds meer naar het gebied buiten de ring verhuizen. Voor topsportlocaties is dat soms noodzakelijk, maar basisvoorzieningen dienen in elke Amsterdamse wijk aanwezig te zijn.
- De Sportraad pleit voor een ruimtelijke onderbouwing van het Sportplan waaraan een heldere normering ten grondslag ligt. Samenwerking met de Dienst Ruimtelijke Ordening is op dit punt vereist. Verder moet de huidige beweegruimte binnen de ring gewaarborgd blijven: geen enkele voorziening mag worden opgeheven zonder vervanging binnen de ring.
Jonge Amsterdammers: allemaal aan het sporten
De Sportraad is verheugd over de grote aandacht die de jeugd krijgt in het Sportplan. Amsterdamse kinderen moeten de gelegenheid hebben om onder en na schooltijd te participeren in het sportaanbod van verenigingen, dagarrangementen, buitenschools sportaanbod, sportstimuleringsprojecten of een combinatie hiervan. Het Sportplan richt zich uitdrukkelijk op kinderen met obesitas en kinderen in achterstandssituaties. Deze aandacht is terecht, maar wij zijn van mening dat het sportbeleid op alle kinderen gericht dient te zijn. Mede om deze reden vindt de Sportraad de aanstelling, c.q. effectievere inzet van vakleerkrachten op alle scholen positief en ook de introductie van nieuwe combinatiefunctionarissen. Wij hopen dat bij gebleken positieve effecten het aantal sportprofessionals werkzaam met kinderen in de toekomst nog verder uitgebreid kan worden. In het Sportplan wordt echter niet goed duidelijk wie het initiatief neemt om sport tot een herkenbaar onderdeel van de onder- en naschoolse tijdbesteding van kinderen te maken. Bovendien ontbreekt de ruimtelijke onderbouwing (zie boven): welke extra sportfaciliteiten zijn er in en rond scholen nodig, waar zouden die gerealiseerd kunnen worden en hoe zijn die ook voor kinderen zelfstandig bereikbaar?
- De Sportraad adviseert het sportbeleid meer te richten op álle kinderen. Daarnaast dringen we er op aan dat de gewenste groeiende sportparticipatie van kinderen op hun ruimtelijke consequenties in en rond scholen wordt uitgewerkt. Ook moet duidelijk worden wie de regie voert bij de implementatie van sport in de dag van elk kind.
Sportverenigingen: professionaliseren
De Sportraad onderschrijft de voorgestelde professionalisering van sportverenigingen van harte. Wel stellen wij dat professionalisering vooraf gaat aan de uitbreiding van de maatschappelijke functies van sportverenigingen. Pas wanneer sportverenigingen daar voldoende voor zijn toegerust, kunnen deze zich aan maatschappelijke taken verbinden. Het Sportplan biedt geen uitgewerkt stappenplan voor professionalisering. Welke stadia dienen te worden doorlopen en welke sportverenigingen zijn al zover? Voor professionalisering is een commitment van de betrokken verenigingen een voorwaarde. Hoe wordt commitment opgebouwd en uitgebreid? Hoe wordt professionalisering afgedwongen en beloond? Hoe dient de verhouding tussen betaalde professionele krachten en vrijwillige bestuurders te worden geregeld?
- Wij adviseren om enkele ‘good practices’ te analyseren en daarmee een handboek professionalisering te ontwikkelen, gekoppeld aan een overzicht van vitale verenigingen en een lijst van criteria op basis waarvan verenigingen kunnen worden geselecteerd en beloond voor maatschappelijke doeleinden. Voor de financiering van extra taken dienen budgetten van buiten de sport te worden aangesproken.
Binnen het korte bestek van deze brief is het onmogelijk om op alle aspecten van het Sportplan in te gaan. Wij hebben ons geconcentreerd op een drietal hoofdpunten. De Sportraad acht bovenstaande punten noodzakelijk om de belangen van sport in Amsterdam te waarborgen. Gelet op het grote belang van dit Sportplan en op de ambities die erin zijn verwoord, adviseert de Sportraad u met klem het Sportplan aan te nemen, u uit te spreken over de consequenties, het belang van een goed implementatietraject en opdracht te geven daarbij bovenstaande punten uit te werken. Wij zijn gaarne bereid daarbij een rol te spelen.
Hoogachtend,
Sportraad Amsterdam
Pim Storm
Voorzitter
Dit is de integrale tekst van het advies, overgenomen uit de PDF. Alleen de opmaak is aangepast voor het lezen op het scherm.